Het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties is een essentieel onderdeel van het burgerschapsonderwijs. In groep 6 leren kinderen dat zij specifieke rechten hebben omdat ze kwetsbaar zijn en zich nog volop ontwikkelen. We behandelen rechten zoals het recht op onderwijs, spel, zorg en een eigen mening. Dit sluit aan bij kerndoel 36 (bestuur en democratie) en 37 (omgaan met anderen).
SLO Kerndoelen en EindtermenKerndoel 36Kerndoel 37
Hang posters op van verschillende kinderrechten. Leerlingen lopen langs en plakken een groene sticker bij rechten die ze in Nederland heel gewoon vinden en een gele sticker bij rechten waar ze meer over willen weten.
Groepjes onderzoeken hoe het onderwijs eruitziet in een ander land (bijv. Suriname of Indonesië). Ze vergelijken dit met hun eigen school en presenteren of het recht op onderwijs daar op dezelfde manier wordt ingevuld.
Leerlingen krijgen een lijst met 10 zaken (van 'schoon water' tot 'een PlayStation'). Ze moeten individueel bepalen wat een 'recht' is en wat een 'wens'. Daarna vergelijken ze hun keuzes met een partner.
Hebben alle kinderen op de wereld dezelfde rechten?
Rechten betekenen dat ik alles mag doen wat ik wil.
Leerlingen verwarren rechten soms met onbeperkte vrijheid. Door discussie leren we dat bij elk recht ook een verantwoordelijkheid hoort, en dat jouw recht stopt waar dat van een ander wordt geschaad.
Kinderrechten gelden alleen in arme landen.
Kinderen denken vaak dat rechten alleen over overleven gaan. We laten zien dat rechten zoals 'privacy' en 'gehoord worden' ook in Nederland elke dag een rol spelen in hun eigen leven.