Ga naar de inhoud
Beeldende vorming · Groep 7 · Kunst met een Boodschap · Periode 3

Portret en Zelfportret

Leerlingen onderzoeken de geschiedenis van portretkunst en maken een eigen portret of zelfportret, waarbij ze nadenken over identiteit en expressie.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Beeldende aspecten: PortretSLO: Basisonderwijs - Identiteitsvorming

Over dit onderwerp

Portret en zelfportret richt zich op de geschiedenis van portretkunst, waarbij leerlingen onderzoeken hoe kunstenaars door de eeuwen identiteit, status en emoties hebben vastgelegd. Ze analyseren voorbeelden uit de Renaissance, zoals portretten van machthebbers, tot moderne zelfportretten die persoonlijkheid uitdrukken. Leerlingen maken zelf een portret of zelfportret en reflecteren op uitdagingen zoals het weergeven van een 'ziel'.

Dit topic sluit aan bij SLO-kerndoelen voor beeldende vorming en identiteitsvorming. Het stimuleert analytisch denken door vergelijking van historische en hedendaagse werken, en bevordert zelfexpressie via creatief ontwerp. Leerlingen leren dat portretten niet alleen uiterlijk tonen, maar ook innerlijke kenmerken, wat helpt bij begrip van culturele contexten en persoonlijke ontwikkeling.

Actieve leerbenaderingen maken dit topic bijzonder effectief, omdat leerlingen door hands-on tekenen en groepsdiscussies direct ervaren hoe expressie werkt. Ze experimenteren met materialen en technieken, wat abstracte concepten zoals identiteit tastbaar maakt en langdurige betrokkenheid creëert.

Kernvragen

  1. Analyseer hoe portretten door de geschiedenis heen zijn gebruikt om identiteit en status weer te geven.
  2. Ontwerp een zelfportret dat niet alleen je uiterlijk, maar ook je persoonlijkheid of emoties uitdrukt.
  3. Verklaar de uitdagingen en mogelijkheden van het vastleggen van een 'ziel' in een portret.

Leerdoelen

  • Analyseren hoe portretten door de geschiedenis heen zijn gebruikt om identiteit en status weer te geven, met specifieke voorbeelden uit verschillende kunstperiodes.
  • Ontwerpen van een zelfportret dat niet alleen uiterlijke kenmerken, maar ook persoonlijkheidskenmerken of emoties visueel communiceert.
  • Verklaren van de technieken en uitdagingen die kunstenaars tegenkomen bij het vastleggen van de 'ziel' of essentie van een persoon in een portret.
  • Vergelijken van de artistieke keuzes in historische portretten met die in hedendaagse zelfportretten, met aandacht voor context en intentie.

Voordat je begint

Basisprincipes van Tekenen en Kleuren mengen

Waarom: Leerlingen moeten de basistechnieken van tekenen en het mengen van kleuren beheersen om een portret te kunnen maken.

Observatie en Beschrijving

Waarom: Het vermogen om goed te observeren en te beschrijven is essentieel voor het vastleggen van zowel uiterlijke kenmerken als expressie in een portret.

Kernbegrippen

PortretEen afbeelding van een persoon, waarbij de nadruk ligt op het gezicht en de uitdrukking. Het kan zowel een weergave van het uiterlijk als van de innerlijke gesteldheid zijn.
ZelfportretEen portret dat een kunstenaar van zichzelf maakt. Het biedt inzicht in hoe de kunstenaar zichzelf ziet en wil presenteren.
IdentiteitDat wat iemand uniek maakt, bestaande uit persoonlijke kenmerken, achtergrond, overtuigingen en hoe iemand zichzelf en door anderen wordt gezien.
ExpressieHet uitdrukken van gevoelens, gedachten of persoonlijkheid door middel van kunst, gebaren of woorden. In portretten vaak zichtbaar in gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding.
StatusDe maatschappelijke positie of aanzien van een persoon, vaak weergegeven in portretten door middel van kleding, objecten of achtergrond.

Pas op voor deze misvattingen

Veelvoorkomende misvattingEen portret moet altijd realistisch lijken.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Portretten kunnen gestileerd of symbolisch zijn om persoonlijkheid te benadrukken. Actieve schetsactiviteiten laten leerlingen experimenteren met proporties en expressie, zodat ze zien dat emotie belangrijker is dan exacte gelijkenis.

Veelvoorkomende misvattingZelfportretten tonen alleen het uiterlijk.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Ze drukken innerlijke eigenschappen uit via kleur, houding en objecten. Groepsreflectie helpt leerlingen hun keuzes te verwoorden en te begrijpen hoe kunstenaars identiteit vastleggen.

Veelvoorkomende misvattingHistorische portretten waren alleen voor rijke mensen.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Portretten dienden diverse doelen, inclusief status en emotie. Door analyse in kleine groepen ontdekken leerlingen culturele variaties en relativeren ze eigen werk.

Ideeën voor actief leren

Bekijk alle activiteiten

Verbinding met de Echte Wereld

  • Museumdirecteuren en conservatoren in musea zoals het Rijksmuseum analyseren portretten om de historische context, de afgebeelde personen en de artistieke technieken te duiden voor het publiek.
  • Professionele portretfotografen, werkzaam voor tijdschriften of als zelfstandigen, passen kennis van belichting, compositie en het aansturen van hun model toe om de persoonlijkheid van hun cliënt te vangen.
  • Acteurs en theatermakers gebruiken hun begrip van expressie en lichaamstaal om personages geloofwaardig neer te zetten, wat vergelijkbaar is met de uitdaging om 'ziel' in een portret te leggen.

Toetsideeën

Uitgangskaart

Geef leerlingen een kaart met een afbeelding van een historisch portret. Vraag hen één zin op te schrijven waarin ze uitleggen hoe de kunstenaar de status van de afgebeelde persoon heeft weergegeven, en één zin over een ander kenmerk van identiteit dat zichtbaar is.

Discussievraag

Toon twee zelfportretten van verschillende kunstenaars. Stel de klas de vraag: 'Hoe verschillen de manieren waarop deze kunstenaars hun eigen identiteit of emoties uitdrukken? Welke artistieke keuzes maken ze om dit te bereiken?' Laat leerlingen hun antwoorden onderbouwen met verwijzingen naar de beelden.

Snelle Controle

Laat leerlingen een lijstje maken van 3 tot 5 kenmerken die zij belangrijk vinden om in een zelfportret te laten zien. Vraag hen vervolgens kort te noteren hoe ze deze kenmerken visueel zouden kunnen maken in hun eigen tekening of schilderij.

Veelgestelde vragen

Hoe introduceer ik de geschiedenis van portretkunst in groep 7?
Begin met een tijdlijn van tien sleutelportretten, van Van Eyck tot Frida Kahlo. Laat leerlingen in kleine groepen kenmerken noteren zoals kleding voor status en blik voor emotie. Dit bouwt begrip op voor hoe portretten identiteit weergeven, met een overgang naar eigen schetsen voor directe toepassing.
Welke materialen gebruik ik voor zelfportretten?
Gebruik potlood, inkt, kleurpotloden en collage-elementen voor variatie. Dit stimuleert experimenten met textuur en kleur om persoonlijkheid uit te drukken. Voorzie schetsboeken en mirrors, zodat leerlingen iteratief werken en reflecteren op expressie.
Hoe kan actieve learning helpen bij portret en zelfportret?
Actieve benaderingen zoals stationrotatie en paarwerk maken abstracte concepten tastbaar. Leerlingen ervaren uitdagingen van expressie door direct te tekenen en feedback te geven, wat zelfreflectie verdiept. Groepsdiscussies verbinden historische analyse met persoonlijke identiteit, voor betere retentie en motivatie.
Hoe beoordeel ik zelfportretten op identiteitsvorming?
Kijk naar hoe leerlingen uiterlijk combineren met symbolen voor persoonlijkheid, plus een reflectieverslag. Gebruik rubrics voor expressie, originaliteit en historische verwijzing. Peerfeedback versterkt zelfinzicht en helpt bij SLO-doelen voor identiteitsvorming.