Nederland · SLO Kerndoelen en Eindtermen
Groep 3 Getalbegrip en Rekenen: De Basis van Wiskunde
Dit curriculum legt de fundering voor wiskundig denken door de overgang van informeel tellen naar formeel rekenen. Leerlingen ontwikkelen getalbegrip tot 100, verkennen meetkundige vormen en leren rekenen in betekenisvolle contexten.

01Getalbegrip en Rekenen: De Basis van Wiskunde
Focus op het herkennen, ordenen en structureren van getallen tot 20 met behulp van het rekenrek en de getallenlijn.
Leerlingen oefenen met het snel herkennen van hoeveelheden tot 10 door gebruik te maken van de 5- en 10-structuur, zonder individueel te tellen.
Leerlingen tellen, ordenen en vergelijken getallen tot 10, zowel voorwaarts als achterwaarts, en gebruiken hiervoor concrete materialen.
Leerlingen plaatsen getallen op een getallenlijn tot 10 en gebruiken deze om getallen te vergelijken en te ordenen.
Leerlingen breiden hun getalbegrip uit tot 20, oefenen met tellen, ordenen en vergelijken van deze getallen.
Leerlingen plaatsen getallen op een getallenlijn tot 20, inclusief het schatten van posities op een lege getallenlijn.
Leerlingen oefenen het splitsen van getallen tot 10 in twee delen, met nadruk op de '10-vriendjes'.
Leerlingen passen de splitsstrategie toe op getallen tot 20, met speciale aandacht voor het splitsen via de 10.
Leerlingen maken kennis met getallen tot 100, leren tellen met sprongen van 10 en herkennen de structuur van tientallen en eenheden.
Leerlingen plaatsen tientallen op een getallenlijn tot 100 en leren getallen tussen de tientallen te positioneren.
Leerlingen vergelijken getallen tot 100 met behulp van de begrippen 'groter dan', 'kleiner dan' en 'gelijk aan'.
Leerlingen passen hun getalbegrip toe in alledaagse situaties, zoals het tellen van objecten in de klas of het verdelen van snoepjes.
Leerlingen maken kennis met de waarde van munten en biljetten en oefenen met het tellen van kleine geldbedragen.
Leerlingen leren de dagen van de week en de maanden van het jaar kennen en plaatsen deze in een logische volgorde.

02Bewerkingen: Optellen en Aftrekken
Het aanleren van strategieën voor sommen tot 20, waarbij de overstap van tellend rekenen naar strategisch rekenen centraal staat.
Leerlingen vertalen alledaagse situaties naar optel- en aftreksommen en vice versa, met behulp van concrete materialen.
Leerlingen oefenen optelsommen tot 10 met behulp van tellen, splitsen en het rekenrek.
Leerlingen oefenen aftreksommen tot 10 met behulp van tellen, splitsen en het rekenrek.
Leerlingen leren optelsommen over de 10 op te lossen door te splitsen en via de 10 te rekenen.
Leerlingen leren aftreksommen over de 10 op te lossen door te splitsen en via de 10 terug te rekenen.
Leerlingen gebruiken dubbelsommen als ankerpunten om 'bijna-dubbelen' snel op te lossen.
Leerlingen oefenen gemengde optel- en aftreksommen tot 20 en kiezen de meest efficiënte strategie.
Leerlingen oefenen optel- en aftreksommen met hele tientallen (bijv. 20+30, 50-10).
Leerlingen maken kennis met optel- en aftreksommen tot 100 zonder de tientallen te passeren (bijv. 23+4, 45-2).
Leerlingen oefenen optel- en aftreksommen tot 100 waarbij de tientallen wel gepasseerd worden (bijv. 27+5, 32-4).
Leerlingen lossen verhaalsommen op die optellen en aftrekken tot 100 vereisen, en leren de relevante informatie te filteren.
Leerlingen oefenen met het optellen en aftrekken van geldbedragen in euro's en centen, in realistische contexten.
Leerlingen berekenen tijdsduren en verschillen in tijd, bijvoorbeeld hoe lang een activiteit duurt.

03Meten en Tijd: Grip op de Wereld
Verkennen van lengte, gewicht en tijd door middel van vergelijken, ordenen en het aflezen van de klok.
Leerlingen vergelijken lengtes en hoogtes met behulp van niet-standaard maten zoals handen, voeten of blokjes.
Leerlingen maken kennis met de liniaal en leren hoe ze deze moeten gebruiken om lengtes in centimeters te meten.
Leerlingen vergelijken het gewicht van objecten door ze in hun handen te houden en met behulp van een balans.
Leerlingen vergelijken de inhoud van verschillende vaten en leren de begrippen 'vol', 'halfvol' en 'leeg'.
Leerlingen leren de analoge klok af te lezen op hele uren en koppelen dit aan dagelijkse activiteiten.
Leerlingen leren de analoge klok af te lezen op halve uren en begrijpen de betekenis van 'half'.
Leerlingen maken kennis met het aflezen van kwartieren op de analoge klok en de begrippen 'kwart voor' en 'kwart over'.
Leerlingen leren de digitale klok af te lezen op hele en halve uren en vergelijken deze met de analoge klok.
Leerlingen herkennen en benoemen de verschillende euromunten en biljetten en hun waarde.
Leerlingen oefenen met het gepast betalen van kleine bedragen met verschillende combinaties van munten.
Leerlingen leren hoe ze moeten berekenen hoeveel geld ze terugkrijgen na een aankoop.
Leerlingen leren de kalender te gebruiken om dagen, weken en maanden te identificeren en te ordenen.
Leerlingen lossen praktische meetproblemen op in alledaagse situaties, waarbij ze de juiste meeteenheid en instrumenten kiezen.

04Meetkunde: Vormen en Ruimte
Ontwikkelen van ruimtelijk inzicht door te bouwen, te kijken vanuit verschillende standpunten en vormen te herkennen.
Leerlingen bouwen constructies na aan de hand van voorbeelden en interpreteren eenvoudige bouwplaten.
Leerlingen bekijken bouwwerken vanuit verschillende standpunten (boven, voor, zij) en tekenen wat ze zien.
Leerlingen herkennen en benoemen platte vormen zoals vierkanten, cirkels, driehoeken en rechthoeken in hun omgeving.
Leerlingen herkennen en benoemen ruimtelijke figuren zoals kubussen, bollen en cilinders in hun omgeving.
Leerlingen creëren en herkennen patronen met verschillende platte en ruimtelijke vormen.
Leerlingen ontdekken symmetrie door te vouwen, te stempelen en spiegels te gebruiken, en herkennen symmetrische figuren.
Leerlingen zoeken naar voorbeelden van symmetrie in de natuur en in door mensen gemaakte objecten.
Leerlingen leren eenvoudige roosters te gebruiken om de positie van objecten te bepalen en te beschrijven.
Leerlingen beschrijven eenvoudige routes en gebruiken begrippen als 'links', 'rechts', 'vooruit' en 'achteruit'.
Leerlingen beschrijven de eigenschappen van platte vormen (aantal zijden, hoeken) en ruimtelijke figuren (aantal vlakken, ribben, hoekpunten).
Leerlingen ontdekken hoe vormen en symmetrie worden gebruikt in kunstwerken en ontwerpen.

05Data en Patronen: Orde in de Chaos
Leren hoe we informatie kunnen verzamelen, ordenen en patronen kunnen herkennen in getallen en vormen.
Leerlingen verzamelen gegevens door te turven en organiseren deze in een eenvoudige tabel.
Leerlingen zetten verzamelde gegevens om in een eenvoudige staafgrafiek en leren deze te interpreteren.
Leerlingen herkennen en voortzetten van herhalende patronen in getallenreeksen (bijv. 2, 4, 6, ...).
Leerlingen herkennen en voortzetten van herhalende patronen in reeksen van vormen en kleuren.
Leerlingen lossen eenvoudige logische raadsels en puzzels op door informatie te analyseren en uit te sluiten.
Leerlingen vergelijken objecten op basis van eigenschappen en classificeren ze in groepen.
Leerlingen leren eenvoudige diagrammen (bijv. Venn-diagrammen) te gebruiken om relaties tussen groepen te visualiseren.
Leerlingen doen eenvoudige voorspellingen over de uitkomst van gebeurtenissen en bespreken de kans hierop.
Leerlingen lossen problemen op door gegevens te verzamelen, te organiseren en te interpreteren.
Leerlingen ontdekken en bespreken patronen die ze tegenkomen in de natuur, zoals bladeren of dierenhuiden.
Leerlingen maken kennis met het concept van een algoritme door eenvoudige stappenplannen te maken voor dagelijkse handelingen.