Skip to content
Wiskunde · Groep 3

Ideeën voor actief leren

Vergelijken van Getallen tot 100

Actief leren werkt bij dit onderwerp omdat leerlingen door beweging en visuele hulpmiddelen direct ervaren hoe getallen zich tot elkaar verhouden. Door te spelen met materialen zoals blokken en getallenkaarten, maken ze abstracte concepten tastbaar en begrijpen ze de logica achter vergelijkingssymbolen.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Getallen en bewerkingenSLO: Basisonderwijs - Getalbegrip
20–35 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Kaartenspel: Vergelijk en Win

Print kaarten met getallen van 0 tot 100. In paren trekken leerlingen twee kaarten, vergelijken ze met >, < of =, en leggen uit waarom. De winnaar van de ronde houdt beide kaarten; speel tot alle kaarten op zijn.

Analyseer welke strategieën je kunt gebruiken om twee getallen tot 100 te vergelijken.

FacilitatietipGeef bij het Kaartenspel: Vergelijk en Win duidelijke instructies over hoe leerlingen hun keuze moeten verantwoorden met materiaal of tekening.

Waar je op moet lettenLeg twee stapels blokken neer, bijvoorbeeld 37 en 42 blokken. Vraag de leerlingen: 'Welke stapel is groter? Hoe weet je dat?' Laat ze de getallen opschrijven met het juiste symbool.

BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 02

Denken-Delen-Uitwisselen30 min · Kleine groepjes

Getallenlijn Race: Plaats en Vergelijk

Teken een getallenlijn van 0 tot 100 op de vloer met tape. Roep twee getallen; leerlingen lopen naar de juiste posities en vergelijken ze ter plekke met symbolen. Wissel rollen voor uitleg.

Verklaar waarom het kijken naar de tientallen vaak de eerste stap is bij het vergelijken van getallen.

FacilitatietipZorg bij Getallenlijn Race dat leerlingen hun werk hardop toelichten terwijl ze de getallen op de lijn plaatsen.

Waar je op moet lettenToon twee getallen op het digibord, bijvoorbeeld 58 en 53. Vraag: 'Waarom kijken we eerst naar de tientallen om te zien welk getal groter is? Wat als de tientallen gelijk zijn, zoals bij 61 en 69?'

BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 03

Denken-Delen-Uitwisselen35 min · Kleine groepjes

Blokken Stapelen: Visueel Vergelijken

Geef groepjes blokken van tientallen en eenheden. Bouw twee getallen tot 100 en vergelijk ze door te stapelen. Teken het verschil met een tekening en symbolen.

Ontwerp een visuele weergave die het verschil tussen twee getallen tot 100 duidelijk maakt.

FacilitatietipLaat bij Blokken Stapelen de stapels kort vasthouden en vergelijken voordat ze worden omgedraaid om de vergelijking te controleren.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met twee getallen, bijvoorbeeld 75 en 81. Vraag hen om het juiste symbool (<, >, =) tussen de getallen te plaatsen en één reden te geven waarom ze dat symbool kozen.

BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 04

Denken-Delen-Uitwisselen20 min · Hele klas

Klassikale Bingo: Getallen Ordenen

Verdeel de klas in bingo-kaarten met getallen. Roep een getal; leerlingen markeren als het groter/kleiner/gelijk is aan hun nummers en leggen uit aan de buren.

Analyseer welke strategieën je kunt gebruiken om twee getallen tot 100 te vergelijken.

FacilitatietipSpeel Klassikale Bingo met een timer om de snelheid van ordenen te verhogen en de concentratie te vergroten.

Waar je op moet lettenLeg twee stapels blokken neer, bijvoorbeeld 37 en 42 blokken. Vraag de leerlingen: 'Welke stapel is groter? Hoe weet je dat?' Laat ze de getallen opschrijven met het juiste symbool.

BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Sjablonen

Sjablonen die passen bij deze Wiskunde-activiteiten

Gebruik, bewerk, print of deel ze.

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Ervaren leerkrachten benadrukken dat leerlingen eerst de tientallen vergelijken voordat ze naar de eenheden kijken. Vermijd dat leerlingen alleen naar het aantal cijfers kijken door expliciet te oefenen met getallen die meer cijfers hebben maar kleiner zijn. Gebruik herhaalde visuele voorbeelden en laat leerlingen hun eigen strategieën ontdekken door middel van interactieve spelletjes.

Succesvolle leerlingen kunnen getallen tot 100 vergelijken met de symbolen >, < en =, waarbij ze eerst de tientallen en daarna de eenheden analyseren. Ze uiten hun redenering duidelijk en passen deze strategie consistent toe in nieuwe situaties.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens het Kaartenspel: Vergelijk en Win zien leerlingen vaak 99 als kleiner dan 8 omdat het meer cijfers heeft.

    Laat leerlingen tijdens het spel de getallen uitschrijven en met blokken of fiches representeren om de plaatswaarde zichtbaar te maken. Bespreek daarna klasgesprek hoe tientallen en eenheden samen de waarde bepalen.

  • Tijdens Blokken Stapelen negeren leerlingen de eenheden als de tientallen gelijk zijn, zoals bij 23 en 25 blokken.

    Moedig leerlingen aan om de stapels naast een getallenlijn te leggen en de posities van de eenheden te markeren. Vraag hen expliciet wat het verschil maakt tussen de twee stapels.

  • Tijdens het Kaartenspel: Vergelijk en Win verwarren leerlingen de symbolen > en < met letters.

    Gebruik krokodillenbekjes of andere visuele hulpmiddelen tijdens het spel om de betekenis van de symbolen te verduidelijken. Laat leerlingen herhaaldelijk oefenen met kleine getallen om de betekenis te verankeren.


Methodes gebruikt in dit overzicht