Activiteit 01
Station Rotatie: Kalenderstations
Richt vier stations in: dagen ordenen met kaarten, weken tellen met blokken, maanden sorteren op lengte en kalender invullen met stiften. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren bevindingen in een logboek. Sluit af met een klassikale presentatie van ontdekkingen.
Analyseer hoe de kalender ons helpt om de tijd te organiseren.
FacilitatietipBij Kalenderstations: zorg dat elk station een duidelijke visuele kalender heeft, zodat leerlingen zelf kunnen vergelijken en ordenen zonder te veel uitleg vooraf.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met de vraag: 'Welke dag komt na woensdag?' en 'Welke maand komt na juni?'. Leerlingen schrijven hun antwoord op en leveren dit in aan het einde van de les.