Activiteit 01
Kaartspel: 10-vriendjes Vangen
Deel kaarten uit met getallen 1-9. In paren leggen leerlingen twee kaarten die samen 10 maken, zoals 7 en 3. Wie het eerst een set van alle 10-vriendjes heeft, wint. Bespreken achteraf welke paren het snelst gevonden werden.
Analyseer waarom het kennen van '10-vriendjes' essentieel is voor sneller rekenen.
FacilitatietipBij '10-vriendjes Vangen' loop je rond en luister je naar de gesprekken om te horen welke splitsingen leerlingen noemen en welke ze nog over het hoofd zien.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met een getal tot 10. Vraag hen om op de achterkant twee manieren te tekenen waarop dit getal gesplitst kan worden. Benoem specifiek of ze '10-vriendjes' hebben gebruikt.