Activiteit 01
Sorteerstations: Munten en Biljetten
Richt vier stations in: sorteren op waarde, matchen met bedragen, vergelijken van grootte en waarde, en biljetten tellen. Groepen rotëren elke 7 minuten en noteren bevindingen in een werkblad. Sluit af met een klassenbespreking.
Verklaar waarom sommige munten meer waard zijn dan andere, ondanks hun grootte.
FacilitatietipLaat leerlingen tijdens 'Sorteerstations: Munten en Biljetten' eerst vrij sorteren voordat je richting geeft, om hun eigen denkstappen te observeren.
Waar je op moet lettenLeg een stapel gemengde munten (1, 2, 5, 10, 20, 50 cent) en een paar biljetten (5, 10 euro) op tafel. Vraag leerlingen om de munten te sorteren op waarde en vervolgens de biljetten te benoemen. Stel daarna de vraag: 'Welke munt is het meest waard en waarom?'