Activiteit 01
Paarwerk: Getalkaarten Ordenen
Deel kaarten met getallen 1-20 uit per paar. Leerlingen leggen ze in oplopende volgorde en markeren het ankerpunt '10'. Bespreek waarom getallen boven 10 een tiental hebben. Wissel kaarten om te vergelijken.
Differentiate tussen getallen onder de 10 en getallen daarboven in termen van hun structuur.
FacilitatietipTijdens Paarwerk: Getalkaarten Ordenen, geef elke groep een set kaarten van 1 tot 20 en laat ze eerst in stilte ordenen voordat ze hardop vergelijken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met twee getallen onder de 20 (bijvoorbeeld 13 en 17). Vraag hen om met een pijl aan te geven welk getal groter is en uit te leggen waarom, gebruikmakend van het woord 'tien'.