Activiteit 01
Stationrotatie: Vormeneigenschappen
Richt vier stations in: 1) sorteren platte vormen op zijden/hoeken, 2) tellen vlakken/ribben bij blokken, 3) vergelijken vierkant/rechthoek met linialen, 4) cirkels tekenen en hoeken zoeken. Groepen draaien elke 7 minuten en noteren bevindingen.
Differentiate tussen de eigenschappen van een vierkant en een rechthoek.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie geef je elk groepje een meetlint om zijden te vergelijken en noteer ze de resultaten direct op een blad.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met een platte vorm (vierkant, rechthoek, cirkel) of een ruimtelijk figuur (kubus, piramide). Vraag hen om twee eigenschappen op te schrijven die ze kunnen zien, bijvoorbeeld 'heeft 4 rechte hoeken' of 'heeft 6 vlakken'.