Activiteit 01
Paarwerk: Kaarten op de Lijn
Deel getalkaarten 0-10 uit aan paren. Elke leerling plaatst drie kaarten op een getallenlijn en legt uit waarom. Wissel kaarten en bespreek vergelijkingen. Sluit af met ordenen van alle kaarten.
Verklaar hoe de positie van een getal op de getallenlijn de waarde ervan weergeeft.
FacilitatietipTijdens Paarwerk: Kaarten op de Lijn, geef elke paar een liniaal om de gelijke intervallen van één eenheid te meten en te markeren voordat ze de kaarten plaatsen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met twee getallen (bijv. 3 en 7). Vraag hen om op te schrijven welk getal groter is en waarom, gebruikmakend van de getallenlijn. Een tweede vraag kan zijn: 'Hoeveel sprongen zitten er tussen 3 en 7?'