Ga naar de inhoud
Nederlands · Groep 6 · De Gereedschapskist van de Taal · Periode 3

Figuurlijk taalgebruik

Leerlingen herkennen en interpreteren figuurlijk taalgebruik zoals spreekwoorden, gezegden en metaforen.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Nederlands - TaalbeschouwingSLO: Basisonderwijs - Nederlands - Woordenschatstrategieën

Over dit onderwerp

Figuurlijk taalgebruik omvat spreekwoorden, gezegden en metaforen die een diepere betekenis geven aan woorden. Leerlingen in groep 6 herkennen deze, zoals 'het regent pijpenstelen' voor hevige regen of 'tijd is geld' als metafoor voor waardevolle tijd. Ze vergelijken de letterlijke betekenis, een kat uit de boom kijken als echt handelen, met de figuurlijke, namelijk voorzichtig afwachten. Dit helpt begrijpen hoe zulke uitdrukkingen taal verrijken met emotie en nuance.

Binnen de SLO-kerndoelen voor taalbeschouwing en woordenschatstrategieën analyseert de klas hoe figuurlijk taalgebruik communicatie versterkt, maar ook bemoeilijkt bij onbekende contexten. Leerlingen verklaren de toegevoegde waarde en bespreken valkuilen, wat kritisch denken over taal bevordert en woordenschat uitbreidt.

Actieve leermethoden passen perfect bij dit abstracte onderwerp. Door spreekwoorden in rollenspellen uit te spelen, metaforen te tekenen of groepsdiscussies over betekenissen te voeren, worden concepten tastbaar. Dit verhoogt betrokkenheid, begrip en retentie, omdat leerlingen zelf ontdekken en delen.

Kernvragen

  1. Analyseer hoe spreekwoorden en gezegden een diepere betekenis toevoegen aan taal.
  2. Vergelijk de letterlijke betekenis met de figuurlijke betekenis van een uitdrukking.
  3. Verklaar waarom figuurlijk taalgebruik de communicatie kan verrijken, maar ook kan bemoeilijken.

Leerdoelen

  • Leerlingen kunnen de figuurlijke betekenis van tien veelvoorkomende spreekwoorden en gezegden verklaren.
  • Leerlingen kunnen de letterlijke en figuurlijke betekenis van drie verschillende metaforen vergelijken en contrasteren.
  • Leerlingen kunnen een eigen zin creëren waarin een spreekwoord of gezegde correct wordt toegepast.
  • Leerlingen kunnen analyseren hoe het gebruik van figuurlijk taalgebruik de toon en boodschap van een korte tekst verandert.

Voordat je begint

Woordenschat: Betekenis van Woorden

Waarom: Leerlingen moeten de basisbetekenis van woorden kennen om het verschil met figuurlijke betekenis te kunnen begrijpen.

Zinsbouw: Letterlijk en Figuurlijk

Waarom: Een basisbegrip van hoe zinnen letterlijk worden gevormd, helpt bij het herkennen van afwijkingen die duiden op figuurlijk taalgebruik.

Kernbegrippen

spreekwoordEen korte, bekende uitspraak die een algemene waarheid of wijsheid bevat, vaak met een figuurlijke betekenis. Bijvoorbeeld: 'Wie A zegt, moet ook B zeggen'.
gezegdeEen vaste uitdrukking die niet letterlijk genomen moet worden en vaak een specifieke situatie beschrijft. Bijvoorbeeld: 'De kat uit de boom kijken'.
metafoorEen stijlfiguur waarbij een woord of woordgroep wordt gebruikt om iets anders aan te duiden op basis van gelijkenis, zonder 'als' of 'zoals'. Bijvoorbeeld: 'De klas was een bijenkorf'.
letterlijke betekenisDe directe, vanzelfsprekende betekenis van woorden, zoals ze in het woordenboek staan. Bijvoorbeeld: 'De kat zit op de mat'.
figuurlijke betekenisDe betekenis die afwijkt van de letterlijke betekenis en vaak een diepere, overdrachtelijke laag heeft. Bijvoorbeeld: 'De kat uit de boom kijken' betekent afwachten.

Pas op voor deze misvattingen

Veelvoorkomende misvattingSpreekwoorden zijn altijd letterlijk waar.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Leerlingen denken vaak dat 'beter een goede buur dan een verre vriend' echt over buren gaat, niet over nabijheid in hulp. Actieve discussies in paren helpen vergelijken en corrigeren door context toe te voegen. Rollenspellen maken het verschil voelbaar.

Veelvoorkomende misvattingFiguurlijk taalgebruik heeft geen vaste betekenis.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Kinderen geloven soms dat metaforen zoals 'hart van steen' persoonlijk interpreteerbaar zijn zonder conventie. Groepsactiviteiten met kaarten onthullen culturele standaardbetekenissen. Dit bouwt consensus en vertrouwen in interpretatie op.

Veelvoorkomende misvattingGezegden werken alleen in formele taal.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Leerlingen zien figuurlijk gebruik als ouderwets, niet voor dagelijks leven. Tekstjachten in moderne media tonen actualiteit. Deel-sessies versterken herkenning in spreektaal.

Ideeën voor actief leren

Bekijk alle activiteiten

Verbinding met de Echte Wereld

  • Journalisten gebruiken spreekwoorden en gezegden in hun columns en opiniestukken om hun betoog kracht bij te zetten of een herkenbaar beeld te schetsen voor de lezer. Denk aan kranten zoals de Volkskrant of NRC.
  • Cabaretiers en stand-up comedians maken veelvuldig gebruik van figuurlijk taalgebruik, zoals woordspelingen en metaforen, om hun grappen te maken en het publiek te laten lachen. Een comedian als Najib Amhali speelt hier bijvoorbeeld mee.
  • In de reclamewereld worden metaforen en gezegden ingezet om producten aantrekkelijker te maken of een boodschap op een pakkende manier over te brengen. Een slogan als 'Melk is goed voor elk' is een voorbeeld van een pakkende, bijna spreekwoordelijke uitspraak.

Toetsideeën

Uitgangskaart

Geef leerlingen een kaartje met een spreekwoord of gezegde. Vraag hen om de figuurlijke betekenis in eigen woorden uit te leggen en één voorbeeldzin te schrijven waarin het correct gebruikt wordt.

Snelle Controle

Toon een korte tekst met daarin een metafoor. Vraag leerlingen om de metafoor te identificeren en te verklaren wat er precies bedoeld wordt. Bespreek de antwoorden klassikaal.

Discussievraag

Stel de vraag: 'Wanneer kan figuurlijk taalgebruik handig zijn en wanneer kan het juist voor verwarring zorgen?' Laat leerlingen in tweetallen hierover praten en daarna hun conclusies delen met de klas.

Veelgestelde vragen

Hoe herkennen leerlingen figuurlijk taalgebruik in groep 6?
Begin met bekende spreekwoorden en vergelijk letterlijke met figuurlijke betekenissen via visuele hulpmiddelen. Gebruik discussies om diepere lagen te analyseren. Dit sluit aan bij SLO-kerndoelen en bouwt taalbeschouwing op door herhaling in contexten zoals verhalen of gesprekken. Betrek ouders met huiswerkopdrachten over gezegde in media.
Waarom verrijkt figuurlijk taalgebruik communicatie?
Het voegt emotie, nuance en cultuur toe, zoals 'de appel valt niet ver van de boom' voor erfelijkheid. Leerlingen leren dit via vergelijkingen, wat woordenschatstrategieën versterkt. Tegelijk bespreken ze hoe onbekend gebruik verwarring veroorzaakt, cruciaal voor effectief spreken en luisteren in SLO-normen.
Hoe helpt actief leren bij figuurlijk taalgebruik?
Actieve methoden zoals rollenspellen en kaartspellen maken abstracte betekenissen concreet. Leerlingen ontdekken zelf verschillen door uit te spelen of te tekenen, wat betrokkenheid verhoogt. Groepsinteracties zorgen voor meerdere perspectieven en betere retentie, ideaal voor groep 6 waar spel leren motiveert.
Welke spreekwoorden gebruiken in les groep 6?
Kies herkenbare zoals 'in de bonen' voor afwezig, 'op zijn kop' voor omgekeerd of 'een bok op de havermolen' voor zenuwen. Pas aan op regio en actualiteit. Combineer met metaforen uit boeken voor diepgang, passend bij woordenschatdoelen.

Planningssjablonen voor Nederlands