Waar plichtsethiek en utilitarisme focussen op de handeling, stelt de deugdethiek van Aristoteles de persoon centraal. In dit onderwerp onderzoeken we de vraag: 'Wat voor mens wil ik zijn?' We kijken naar het concept van 'Eudaimonia' (het goede leven/bloeien) en hoe we deugden ontwikkelen door oefening en het vinden van het 'juiste midden'.
SLO Kerndoelen en EindtermenDomein C: EthiekDomein A: Vaardigheden (A3)
Leerlingen spelen scenario's uit waarbij ze een deugd moeten tonen (zoals moed of eerlijkheid). Ze moeten drie versies spelen: de tekortkoming (lafheid), het teveel (overmoed) en het juiste midden (moed).
Leerlingen identificeren een persoon die zij bewonderen om hun karakter. Ze analyseren welke deugden deze persoon bezit en bespreken in paren hoe deze deugden in de praktijk worden gebracht.
Groepen leerlingen krijgen een moderne context (zoals sociale media of klimaatverandering) en moeten definiëren welke nieuwe deugden of herinterpretaties van oude deugden nodig zijn om hier 'goed' in te handelen.
Welke rol speelt het 'juiste midden' in ons gedrag?
Het 'juiste midden' is altijd een saai gemiddelde.
Het midden is contextafhankelijk en kan in extreme situaties juist een extreme handeling vereisen. Door verschillende scenario's te vergelijken, leren leerlingen dat het midden een 'optimum' is, geen middelmatigheid.
Deugdethiek is subjectief; iedereen mag zelf weten wat een deugd is.
Aristoteles koppelt deugden aan de menselijke natuur en het doel (telos) van de mens. Discussie over wat een mens tot een 'goed' mens maakt, helpt leerlingen de objectieve pretenties van de theorie te begrijpen.