Activiteit 01
Onderzoekskring: De Bug-Jagers
De leerkracht deelt een programma uit waar bewust drie fouten in zitten. Groepjes moeten de bugs vinden, beschrijven wat er misgaat en de code repareren.
Wat is een bug in een computerprogramma?
Ideeën voor actief leren
Fouten opsporen, ook wel debugging genoemd, is misschien wel de belangrijkste vaardigheid binnen computational thinking. In groep 6 leren leerlingen dat een fout in hun code geen falen is, maar een kans om te leren. Debuggen is het systematisch zoeken naar de oorzaak van een probleem en dit stap voor stap oplossen. Dit sluit direct aan bij de SLO-doelen voor probleemoplossend denken.
Activiteit 01
De leerkracht deelt een programma uit waar bewust drie fouten in zitten. Groepjes moeten de bugs vinden, beschrijven wat er misgaat en de code repareren.
Wat is een bug in een computerprogramma?
Activiteit 02
Leerlingen leggen hun probleemgeval uit aan een klasgenoot (of een denkbeeldige eend). Door de stappen hardop te verwoorden, ontdekken ze vaak zelf waar de fout zit. De partner stelt alleen verhelderende vragen.
Hoe vind je uit waar het programma vastloopt?
Activiteit 03
Leerlingen presenteren een bug waar ze lang op hebben gepuzzeld en leggen uit hoe ze deze hebben opgelost. De klas stemt op de meest leerzame 'fout van de dag'.
Waarom is testen zo belangrijk?
Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen
Pas op voor deze misvattingen
Een goede programmeur maakt geen fouten.
Zelfs professionals maken constant fouten. Door leerlingen te laten zien dat debuggen een vast onderdeel is van het werkproces, verander je hun mindset van 'ik kan dit niet' naar 'ik heb de bug nog niet gevonden'.
Als er een fout is, moet ik de hele code weggooien en opnieuw beginnen.
Leerlingen raken soms gefrustreerd. Leer ze via actieve coaching om de code in kleine stukjes te testen (isoleren), zodat ze precies kunnen aanwijzen waar het misgaat.
Methodes gebruikt in dit overzicht
Algoritmes in het dagelijks leven
Leerlingen ontdekken dat een algoritme een stappenplan is om een doel te bereiken. Ze herkennen en schrijven zelf eenvoudige stappenplannen voor alledaagse handelingen.
8 methodologies
Patronen herkennen
Leerlingen leren overeenkomsten en herhalingen te ontdekken in gegevens of problemen. Ze gebruiken deze patronen om problemen sneller op te lossen.
8 methodologies
Programmeren met blokken
Leerlingen maken kennis met visueel programmeren door middel van blokken. Ze geven een computer of robot instructies om een specifieke taak uit te voeren.
8 methodologies