Nederland · SLO Kerndoelen en Eindtermen
Groep 6 Digitale geletterdheid.
Digitale geletterdheid voor groep 6 richt zich op de vier domeinen: ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. Leerlingen leren veilig, kritisch en creatief omgaan met digitale technologieën en media.

01ICT-basisvaardigheden
Leerlingen ontwikkelen de basisvaardigheden om effectief en veilig met computers, software en netwerken te werken.
Leerlingen leren hoe ze documenten logisch kunnen opslaan, hernoemen en terugvinden. Ze begrijpen de structuur van mappen op een computer of in de cloud.
Leerlingen oefenen met het opmaken van teksten en het maken van eenvoudige presentaties met afbeeldingen. Ze leren de basisfuncties van veelgebruikte software kennen.
Leerlingen begrijpen het belang van sterke wachtwoorden en leren hoe ze veilig kunnen inloggen op schoolaccounts. Ze weten dat ze hun inloggegevens geheim moeten houden.

02Informatievaardigheden
Leerlingen leren hoe ze gericht informatie kunnen zoeken, beoordelen en verwerken voor schoolopdrachten.
Leerlingen gebruiken specifieke zoektermen om efficiënt informatie te vinden via zoekmachines. Ze leren hoe ze zoekresultaten kunnen filteren.
Leerlingen ontdekken dat niet alles op het internet waar is en leren criteria om de betrouwbaarheid van een website te beoordelen. Ze kijken naar de afzender en het doel van de informatie.
Leerlingen leren gevonden informatie te selecteren en in hun eigen woorden op te schrijven. Ze begrijpen waarom kopiëren en plakken (plagiaat) niet is toegestaan.

03Mediawijsheid
Leerlingen worden zich bewust van hun online gedrag, de invloed van media en het belang van online veiligheid en respect.
Leerlingen bespreken hoe je online respectvol met elkaar communiceert. Ze leren de ongeschreven regels van het internet kennen.
Leerlingen herkennen verschillende vormen van online reclame, zoals banners en gesponsorde vlogs. Ze begrijpen hoe mediamakers hun gedrag proberen te beïnvloeden.
Leerlingen leren welke gegevens ze wel en niet online kunnen delen. Ze begrijpen het concept van een digitale voetafdruk.
Leerlingen herkennen cyberpesten en weten wat ze moeten doen als zij of anderen hiermee te maken krijgen. Ze leren waar ze online en offline hulp kunnen inschakelen.

04Computational Thinking
Leerlingen leren problemen op te lossen door ze op te delen in kleinere stappen en logisch na te denken, als voorbereiding op programmeren.
Leerlingen ontdekken dat een algoritme een stappenplan is om een doel te bereiken. Ze herkennen en schrijven zelf eenvoudige stappenplannen voor alledaagse handelingen.
Leerlingen leren overeenkomsten en herhalingen te ontdekken in gegevens of problemen. Ze gebruiken deze patronen om problemen sneller op te lossen.
Leerlingen maken kennis met visueel programmeren door middel van blokken. Ze geven een computer of robot instructies om een specifieke taak uit te voeren.
Leerlingen leren dat het normaal is om fouten te maken bij het programmeren. Ze oefenen met het systematisch zoeken naar en oplossen van fouten (bugs) in hun code.