Algoritmes klinken ingewikkeld, maar het zijn simpelweg stappenplannen om een doel te bereiken. In groep 6 ontdekken leerlingen dat ze de hele dag door algoritmes gebruiken: van het smeren van een boterham tot het oplossen van een som. Dit is de basis van computational thinking, waarbij het proces van probleemoplossing centraal staat. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor algoritmes en logisch redeneren.
Eén leerling is de 'robot' en de andere de 'programmeur'. De programmeur moet de robot instructies geven om een simpele handeling uit te voeren (bijv. een jas aantrekken). De robot voert de instructies letterlijk uit, wat vaak tot grappige fouten leidt.
Groepjes kiezen een dagelijkse taak (tandenpoetsen, veters strikken) en schrijven hiervoor een waterdicht stappenplan. Ze ruilen hun plan met een ander groepje dat het plan moet 'testen' op fouten.
Welke stappenplannen gebruik je thuis of op school?
Toon een doolhof op het bord. Leerlingen bedenken individueel het algoritme (stap voor stap) om de uitgang te vinden. Ze vergelijken hun stappenplannen in tweetallen om te zien wie de meest efficiënte route heeft.
Leerlingen denken vaak aan ingewikkelde codes. Door ze fysieke algoritmes te laten uitvoeren (zoals een dansje of een recept), ontdekken ze dat het een universele manier van denken is die overal voorkomt.
Een computer begrijpt wel wat ik bedoel.
Leerlingen zijn gewend dat mensen gaten in instructies zelf invullen. Via de 'menselijke robot' activiteit ervaren ze dat een algoritme extreem specifiek moet zijn om te werken.