Computational thinking begint niet achter een scherm, maar bij het begrijpen van logica. In dit onderwerp leren leerlingen wat een algoritme is: een reeks nauwkeurige instructies om een doel te bereiken. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor algoritmen en procedures. We gebruiken alledaagse handelingen, zoals tandenpoetsen of een boterham smeren, om dit concept tastbaar te maken.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Digitale Geletterdheid - Computational Thinking: Algoritmen en proceduresSLO Digitale Geletterdheid - Computational Thinking: Probleemoplossing
De leerkracht speelt een robot die een boterham met pindakaas moet smeren. De leerlingen geven om de beurt een heel precieze instructie. Als ze vergeten te zeggen 'doe de pot open', probeert de robot door het glas heen te smeren.
Geef groepjes leerlingen kaartjes met de stappen van een bekende handeling (bijv. veters strikken), maar in de verkeerde volgorde. Zij moeten de juiste volgorde herstellen en aan elkaar uitleggen waarom dit de enige logische weg is.
Waarom moet een computer precies weten wat hij moet doen?
Leerlingen bedenken de eerste vijf stappen die ze zetten als ze wakker worden. Ze bespreken dit met hun buurman en kijken of ze stappen zijn vergeten die de 'computer' wel nodig zou hebben (zoals 'doe je ogen open').
Kinderen gaan uit van menselijke intuïtie. Door de 'Robot-Leerkracht' simulatie ervaren ze dat een computer letterlijk doet wat er staat, niet wat je denkt. Dit helpt hen om preciezer te worden in hun taalgebruik.
De volgorde van de stappen maakt niet uit.
Soms lijkt de volgorde willekeurig. Door stappenplannen fysiek uit te voeren (bijv. eerst schoenen aan, dan sokken), ontdekken ze dat logische volgorde essentieel is voor een goed resultaat.