Nederland · SLO Kerndoelen en Eindtermen
Groep 4 Digitale geletterdheid.
Digitale geletterdheid voor groep 4 richt zich op de basisvaardigheden van ICT, mediawijsheid, computational thinking en informatievaardigheden. Leerlingen ontdekken op een speelse manier hoe apparaten werken, hoe ze veilig online kunnen zijn en hoe ze eenvoudige problemen stap voor stap kunnen oplossen.

01Basis van de computer
Leerlingen maken kennis met verschillende digitale apparaten en leren de basisfuncties hiervan te gebruiken. Ze oefenen met de muis, het toetsenbord en het touchscreen.
Leerlingen ontdekken welke apparaten digitaal zijn en wat ze ermee kunnen doen. Ze leren het verschil tussen analoge en digitale hulpmiddelen.
Leerlingen oefenen met het bedienen van een muis, toetsenbord en touchscreen. Ze leren hoe ze een programma moeten openen en sluiten.
Leerlingen maken een simpele digitale tekening en typen hun eigen naam. Ze leren hoe ze hun werk kunnen opslaan.

02Veilig en slim online
Deze unit richt zich op de eerste stappen van mediawijsheid. Leerlingen leren wat het internet is en hoe ze hun persoonlijke gegevens beschermen.
Leerlingen leren op een eenvoudige manier wat het internet is en hoe computers met elkaar praten. Ze ontdekken dat het internet over de hele wereld gaat.
Leerlingen leren wat persoonlijke gegevens zijn en waarom ze deze niet zomaar online mogen delen. Ze bedenken samen regels voor veilig internetgebruik.
Leerlingen bespreken hoe je online net zo aardig kunt zijn als in de klas. Ze leren wat ze moeten doen als ze iets vervelends zien op een scherm.

03Informatie zoeken en vinden
Leerlingen zetten hun eerste stappen in informatievaardigheden. Ze leren hoe ze een zoekmachine gebruiken en ontdekken dat niet alles op internet waar is.
Leerlingen leren hoe ze een kindvriendelijke zoekmachine kunnen gebruiken om antwoord te krijgen op een vraag. Ze oefenen met het intypen van simpele zoekwoorden.
Leerlingen ontdekken dat iedereen iets op het internet kan zetten en dat informatie dus soms niet klopt. Ze leren kritisch te kijken naar wat ze lezen en zien.
Leerlingen oefenen met het zoeken naar specifieke afbeeldingen en video's voor een schoolopdracht. Ze leren hoe ze een passend plaatje bij een onderwerp vinden.

04Denken als een computer
In deze unit maken leerlingen kennis met computational thinking zonder dat ze direct een computer nodig hebben. Ze leren problemen opdelen in kleine stapjes en herkennen patronen.
Leerlingen leren dat een computer instructies nodig heeft in de vorm van een stappenplan (algoritme). Ze schrijven een stappenplan voor een dagelijkse handeling, zoals tandenpoetsen.
Leerlingen zoeken naar herhalingen in vormen, kleuren en geluiden. Ze leren dat computers heel goed zijn in het herkennen en voortzetten van patronen.
Leerlingen leren wat een 'bug' is en hoe ze fouten uit een stappenplan kunnen halen. Ze oefenen met het controleren en verbeteren van elkaars werk.
Leerlingen ontdekken dat computers communiceren met codes en symbolen. Ze bedenken hun eigen geheime taal en proberen de code van een klasgenoot te kraken.