Filmpjes en spelletjes vormen een groot deel van de belevingswereld van kleuters. In dit thema verkennen we mediawijsheid door te praten over wat leerlingen kijken en spelen. We maken het onderscheid tussen media voor plezier (vermaak) en media om iets te leren (educatie). Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor mondelinge taalvaardigheid en het kritisch kijken naar mediagebruik.
Leerlingen denken na over hun favoriete app of filmpje. Ze vertellen aan een buurman wat er gebeurt en waarom het leuk is. Daarna delen ze één ding dat ze hebben geleerd van dat spel met de kring.
Hang afbeeldingen op van bekende kinderprogramma's en educatieve apps. Leerlingen lopen rond en zetten een stip bij de plaatjes die ze kennen. Daarna bespreken we bij welke plaatjes je vooral lacht en bij welke je iets leert.
Eén leerling legt aan een 'opa of oma' (gespeeld door een andere leerling) uit hoe een simpel spelletje werkt. Dit dwingt de leerling om de stappen en het doel van de media helder te verwoorden.
Veel kleuters (en ouders) denken dat media alleen voor 'vrije tijd' zijn. Door expliciet te benoemen wat je leert in een spel (zoals kleuren herkennen of snel reageren), ontdekken leerlingen de educatieve waarde van digitale media.
Iedereen vindt dezelfde filmpjes leuk.
Kleuters gaan vaak uit van hun eigen perspectief. Door in de klas te inventariseren wat iedereen kijkt, ontdekken ze de diversiteit in smaken en interesses, wat bijdraagt aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling.