Samenwerken op een digitaal apparaat is een belangrijke sociale vaardigheid. In dit thema leren kleuters hoe ze een tablet of computer kunnen delen. We maken afspraken over op je beurt wachten, elkaar helpen en wat we doen als de tijd om is. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor sociaal-emotionele ontwikkeling en mediawijsheid.
Leerlingen spelen een situatie na waarbij twee kinderen op één tablet willen. Ze oefenen zinnetjes als 'Mag ik na jou?' en 'Zullen we het samen doen?'. Ze gebruiken een kookwekker om de wisseling te oefenen.
De klas bedenkt in kleine groepjes drie belangrijke regels voor het computeren. Deze tekenen ze op een groot vel. Daarna presenteren ze hun regels aan de rest van de klas en kiezen we de beste voor de hele groep.
Richt stations in met apps die expliciet bedoeld zijn voor twee spelers. Leerlingen moeten fysiek samenwerken (bijvoorbeeld de één bestuurt links, de ander rechts) om een level te halen.
Op een tablet kun je alleen maar in je eentje spelen.
Veel kinderen zijn gewend aan individueel gebruik thuis. Door in de klas coöperatieve apps aan te bieden en rollen te verdelen (de één kijkt, de ander klikt), ontdekken ze dat samen spelen op een scherm ook heel gezellig kan zijn.
Als de tijd om is, moet ik direct stoppen, ook als ik bijna klaar ben.
Hoewel regels belangrijk zijn, leren we leerlingen ook om te onderhandelen en af te ronden. 'Ik maak dit level nog even af en dan ben jij' is een vorm van sociaal overleg die we stimuleren via rollenspellen.