Het programmeren van een vloerrobot, zoals de Bee-Bot, is voor veel kleuters het hoogtepunt van digitale geletterdheid. In dit thema brengen we alle eerdere vaardigheden samen: instructies geven, patronen herkennen en ruimtelijke oriëntatie. Leerlingen leren een route te plannen en deze om te zetten in een reeks commando's voor de robot. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor natuur en techniek en computational thinking.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Digitale Geletterdheid - Computational thinkingKerndoel 42 (Natuur en techniek)
Leg een mat met verschillende afbeeldingen op de grond. Leerlingen trekken een kaartje met een doel (bijv. 'ga naar de piraat'). Ze moeten eerst met pijlen op papier de route plannen en daarna de robot programmeren om de route te rijden.
Plaats blokken op de robotmat als 'muren'. Leerlingen moeten samen een route bedenken die om de blokken heen gaat. Ze testen elkaars routes en geven tips als de robot tegen een blok botst.
Verschillende groepjes hebben een eigen route geprogrammeerd voor een specifiek doel. De klas loopt langs de verschillende matten en de 'programmeurs' leggen uit welke stappen ze hebben gekozen en waarom.
De robot onthoudt alleen de laatste knop die ik indruk.
Veel kleuters vergeten de robot te 'wissen' (clear) voordat ze een nieuwe route invoeren. Door te laten zien dat de robot alle stapjes achter elkaar zet, begrijpen ze het concept van een 'geheugen' en een 'programma'. Actieve 'wis-checks' helpen dit in te slijpen.
Eén keer drukken op de draaiknop betekent dat de robot ook een stap vooruit zet.
Dit is een veelvoorkomende fout: denken dat draaien en lopen één actie zijn. Door de bewegingen fysiek na te doen (stilstaan en alleen draaien), leren leerlingen dat een draai een aparte instructie is die geen afstand overbrugt.