In de Nederlandse samenleving komen veel verschillende gezinsvormen voor. Dit thema laat leerlingen kennismaken met deze diversiteit, van kerngezinnen tot eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen en gezinnen met twee vaders of moeders. Dit sluit aan bij SLO Kerndoel 37 en 38, waarbij respect voor verschillende leefwijzen centraal staat.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 37SLO Kerndoel 38
Leerlingen tekenen wie er bij hen in huis wonen. De tekeningen worden opgehangen en de kinderen lopen rond om te ontdekken hoeveel verschillende soorten families er in de klas zijn.
Kinderen denken na over een speciale traditie of gewoonte thuis (zoals pannenkoeken eten op vrijdag). Ze delen dit met een maatje en ontdekken overeenkomsten en verschillen.
In kleine groepjes sorteren kinderen plaatjes van verschillende gezinssamenstellingen. Ze bespreken wat ze zien en leren de juiste woorden voor verschillende familieleden.
Kinderen denken dat een familie alleen 'echt' is als er een vader en een moeder zijn.
Toon diverse prentenboeken en foto's van verschillende gezinnen. Benadruk dat liefde en zorg voor elkaar een familie maken, ongeacht wie er in huis wonen. Actieve discussie helpt dit wereldbeeld te verbreden.
Leerlingen denken dat kinderen in andere families precies hetzelfde doen als zij.
Gebruik 'Think-Pair-Share' om te laten zien dat gewoontes (zoals schoenen uit bij de deur of bidden voor het eten) per gezin verschillen. Dit bevordert culturele sensitiviteit.