Dit thema viert de diversiteit in de klas door te kijken naar uiterlijke kenmerken. We observeren verschillen in haarkleur, oogkleur, lengte en huidskleur op een positieve en feitelijke manier. Dit sluit aan bij Kerndoel 37 en 38, waarbij leerlingen leren met respect om te gaan met verschillen in uiterlijk en achtergrond.
SLO Kerndoelen en EindtermenKerndoel 37Kerndoel 38
Kinderen bekijken zichzelf in een spiegel en tekenen hun eigen portret. Daarna leggen ze de tekeningen naast elkaar en zoeken ze naar één ding dat hetzelfde is en één ding dat anders is.
Met verschillende tinten verf of papier zoeken kinderen de kleur die het dichtst bij hun eigen huidskleur komt. We maken hier een gezamenlijk kunstwerk van om de variëteit te tonen.
De leerkracht vraagt naar iets unieks dat een kind kan (bijv. een gekke bek trekken of heel hard rennen). Kinderen delen dit in tweetallen en laten het daarna aan de groep zien.
Kinderen kunnen denken dat mensen met een andere huidskleur 'anders' zijn van binnen.
Benadruk dat we van binnen allemaal hetzelfde hart en dezelfde gevoelens hebben. Actieve oefeningen waarbij we luisteren naar elkaars hartslag helpen om de universele menselijkheid te benadrukken.
Het idee dat 'normaal' betekent dat je eruitziet als de meerderheid.
Gebruik de term 'uniek' in plaats van 'normaal'. Door elk kind een podium te geven voor zijn eigen kenmerken, wordt diversiteit de standaard in de klas.