Onze Eigen Dans: Choreografie
In kleine groepjes bedenken en oefenen leerlingen een korte reeks bewegingen en presenteren deze aan elkaar.
Over dit onderwerp
Bij 'Onze Eigen Dans: Choreografie' bedenken leerlingen in kleine groepjes een korte reeks bewegingen, oefenen deze en presenteren ze aan elkaar. Dit sluit aan bij de SLO-kerndoelen voor basisonderwijs dans: compositie en kunstzinnige oriëntatie presentatie. Leerlingen analyseren hoe ze als groep beslissen over de volgorde van bewegingen, verklaren wat ze het leukst vonden bij andere groepjes en beoordelen hun gevoelens bij het dansen voor publiek.
In de unit Beweging en Dans (zomerperiode) ontwikkelt dit onderwerp samenwerking, creativiteit en zelfexpressie. Kinderen leren keuzes maken in compositie, zoals ritme, volgorde en overgangen, wat hun ruimtelijk inzicht en motorische vaardigheden versterkt. Het verbindt met bredere doelen in De Jonge Ontdekker, waar kleur, vorm en verhaal samenkomen in expressieve kunsten.
Actief leren is hier bijzonder effectief omdat choreografie direct ervaringsgericht is. Door zelf te bedenken, oefenen en presenteren, worden abstracte begrippen als compositie tastbaar. Groepsdynamiek en feedbackrondes versterken reflectie en maken het proces motiverend en memorabel.
Kernvragen
- Analyseer hoe jullie als groep hebben besloten welke beweging als eerste komt in jullie dans.
- Verklaar wat je het leukst vond om te zien bij de andere groepjes en waarom.
- Beoordeel hoe het voelt om voor een publiek te dansen en je eigen choreografie te presenteren.
Leerdoelen
- Ontwerpen een korte dansreeks van minimaal 5 bewegingen, waarbij de volgorde en overgangen zijn bepaald.
- Analyseren de groepsbeslissingen over de choreografie, inclusief de redenen voor de gekozen volgorde.
- Demonstreren de eigen gecreëerde dans aan medeleerlingen, met aandacht voor expressie en uitvoering.
- Verklaren de keuzes die zijn gemaakt tijdens het choreograferen, zoals het ritme en de dynamiek van de bewegingen.
Voordat je begint
Waarom: Leerlingen moeten bekende basisbewegingen kennen en een gevoel voor ritme hebben om deze te kunnen combineren in een dans.
Waarom: Het succesvol bedenken en oefenen van een dans vereist dat leerlingen effectief kunnen samenwerken en communiceren binnen een groep.
Kernbegrippen
| Choreografie | De kunst van het bedenken en vastleggen van een dans. Het is de volgorde van bewegingen die samen een dans vormen. |
| Compositie | De manier waarop de verschillende delen van de dans zijn samengevoegd. Denk aan de volgorde, het ritme en de overgangen tussen bewegingen. |
| Sequentie | Een reeks van bewegingen die achter elkaar worden uitgevoerd. In een dans is dit de volgorde waarin de passen komen. |
| Overgang | De manier waarop je van de ene beweging naar de andere gaat. Een vloeiende overgang maakt de dans prettiger om naar te kijken. |
| Expressie | Het uitdrukken van gevoelens of ideeën door middel van beweging. Hoe de danser de bewegingen uitvoert, maakt een groot verschil. |
Pas op voor deze misvattingen
Veelvoorkomende misvattingChoreografie is alleen kopiëren van bestaande dansen.
Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen
Choreografie betekent zelf bewegingen samenstellen. Actieve groepsbesprekingen helpen kinderen eigen ideeën te genereren en te waarderen. Door te oefenen en te presenteren, zien ze dat originaliteit leuker is dan imiteren.
Veelvoorkomende misvattingDe volgorde van bewegingen maakt niet uit.
Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen
Een logische volgorde creëert een coherent verhaal. Groepsanalyses tijdens het bedenken laten kinderen ervaren hoe beslissingen de dans verbeteren. Presentaties met feedback versterken dit inzicht.
Veelvoorkomende misvattingDansen voor publiek is altijd eng.
Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen
Gevoelens variëren en kunnen positief zijn. Reflectie-oefeningen na presentaties helpen kinderen hun emoties te benoemen en te waarderen. Herhaalde ervaringen bouwen zelfvertrouwen op.
Ideeën voor actief leren
Bekijk alle activiteitenKleine Groepen: Bewegingsreeks Bedeken
Deel de klas in groepjes van vier. Laat ze vijf bewegingen kiezen uit een basislijst, zoals springen of draaien, en beslissen over de volgorde door te stemmen. Oefen de reeks twee keer en presenteer aan een andere groep.
Parendans: Spiegelbewegingen
In paren imiteert één kind de bewegingen van de ander, dan wisselen ze rollen. Voeg een derde beweging toe die ze samen bedenken. Presenteer de gezamenlijke choreografie aan de kring.
Hele Klas: Feedbackronde
Elke groep danst hun reeks voor de klas. De klas noemt één leuk element en één suggestie. Sluit af met een groepsdiscussie over groepsbeslissingen.
Individueel: Persoonlijke Reflectie
Elk kind tekent of schrijft drie woorden over hun gevoel bij presenteren. Deel in kleine kring en vergelijk met groepsanalyse.
Verbinding met de Echte Wereld
- Dansers en choreografen bij professionele dansgezelschappen, zoals Introdans of Het Nationale Ballet, creëren complexe dansvoorstellingen door bewegingen te componeren en te structureren.
- Dansdocenten op basisscholen en dansacademies ontwerpen lesplannen en choreografieën om leerlingen de principes van dans en beweging bij te brengen, net zoals de leerlingen nu doen.
- Evenementenorganisatoren voor festivals of schoolvoorstellingen werken samen met choreografen om de dansoptredens te plannen en te integreren in het totale programma.
Toetsideeën
Laat leerlingen hun eigen dans opnemen met een tablet of telefoon. Vervolgens wisselen ze de opnames uit met een ander groepje. De kijkers noteren één beweging die ze bijzonder vonden en één suggestie voor een overgang.
Stel de volgende vragen aan de groep na de presentaties: 'Welke beweging vonden jullie het meest verrassend in een andere dans en waarom?', 'Hoe hebben jullie als groep besloten welke beweging als eerste moest komen in jullie dans?'
Geef elke leerling een kaartje waarop ze één woord schrijven dat hun gevoel beschrijft tijdens het dansen voor publiek. Daarnaast schrijven ze één ding dat ze hebben geleerd over het maken van een dans.
Veelgestelde vragen
Hoe bedenk ik choreografie voor groep 3?
Wat zijn goede key questions voor deze les?
Hoe helpt actief leren bij choreografie maken?
Hoe koppel ik dit aan SLO-kerndoelen?
Meer in Beweging en Dans
Dieren in Beweging: Danspassen
Leerlingen bestuderen de bewegingen van verschillende dieren en vertalen deze naar danspassen.
2 methodologies
Dansen met Attributen: Linten en Doeken
Leerlingen gebruiken linten, doeken of hoepels om bewegingen te vergroten en te verfraaien.
2 methodologies
Ruimte in Dans: Solo en Groep
Leerlingen experimenteren met het gebruik van de ruimte, zowel individueel als in een groep, tijdens het dansen.
2 methodologies
Tijd in Dans: Snel en Langzaam
Leerlingen experimenteren met het tempo van hun bewegingen, van snel en energiek tot langzaam en vloeiend.
2 methodologies
Kracht in Dans: Sterk en Zacht
Leerlingen ontdekken hoe ze verschillende niveaus van kracht kunnen gebruiken in hun dansbewegingen.
2 methodologies
Dans en Verhaal
Leerlingen creëren een korte dans die een verhaal vertelt of een specifieke emotie uitdrukt.
2 methodologies