Nederland · SLO Kerndoelen en Eindtermen
Groep 3 De Jonge Ontdekker: Kleur, Vorm en Verhaal
Een creatief curriculum voor groep 3 waarin leerlingen experimenteren met diverse materialen en technieken. De focus ligt op het ontwikkelen van een eigen beeldtaal en het leren kijken naar kunst in de wereld om hen heen.

01Lijnen en Vormen in mijn Wereld
Leerlingen ontdekken hoe de basis van elk kunstwerk bestaat uit lijnen en vormen door te tekenen en te bouwen.
Leerlingen experimenteren met verschillende soorten lijnen (dik, dun, golvend, hoekig) met houtskool en krijt om emoties uit te drukken.
Leerlingen observeren en tekenen verschillende soorten lijnen die ze vinden in de natuur en in de gebouwde omgeving.
Leerlingen herkennen geometrische en organische vormen in hun omgeving en vertalen deze naar een collage.
Leerlingen onderzoeken hoe kunstenaars vormen vereenvoudigen of vervormen om abstracte kunstwerken te creëren.
Leerlingen transformeren een plat vlak naar een ruimtelijk object door te werken met klei of karton.
Leerlingen ontdekken verschillende texturen door te voelen, te wrijven en te tekenen, en passen dit toe in hun werk.
Leerlingen experimenteren met de plaatsing van elementen in een tekening of collage om een evenwichtige compositie te creëren.
Leerlingen onderzoeken het concept van symmetrie en asymmetrie in kunst en natuur en passen dit toe in hun eigen werk.
Leerlingen creëren patronen door lijnen en vormen te herhalen en te variëren, en passen dit toe in een stempeltechniek.
Leerlingen maken een collage met verschillende materialen en knipsels om een verhaal of idee uit te beelden.
Leerlingen experimenteren met overlapping, grootte en plaatsing om diepte en ruimte te suggereren in hun tekeningen.
Leerlingen ontdekken hoe licht en schaduw vormen en objecten zichtbaar maken en diepte toevoegen aan een tekening.

02De Toverkracht van Kleur
Een verkenning van primaire en secundaire kleuren en de emotionele waarde van kleurgebruik.
Leerlingen ontdekken zelf hoe je met rood, geel en blauw alle kleuren van de regenboog kunt maken.
Leerlingen leren hoe tertiaire kleuren ontstaan door primaire en secundaire kleuren te mengen en maken hun eigen kleurencirkel.
Leerlingen onderzoeken hoe kleuren invloed hebben op hoe we ons voelen in een schilderij en gebruiken dit in eigen werk.
Leerlingen experimenteren met lichte en donkere kleuren om contrasten te creëren en diepte te suggereren in hun schilderijen.
Leerlingen kijken naar het kleurgebruik van beroemde schilders zoals Van Gogh en proberen zijn stijl na te bootsen.
Leerlingen bestuderen het kleur- en vormgebruik van Mondriaan en creëren een eigen abstract werk in zijn stijl.
Leerlingen observeren en schilderen de kleuren die ze vinden in de natuur, zoals bladeren, bloemen en de lucht.
Leerlingen experimenteren met het schilderen van schaduwen in verschillende kleuren, niet alleen grijs of zwart.
Leerlingen experimenteren met verschillende verftechnieken (dik, dun, spetteren) om textuur te creëren met kleur.
Leerlingen onderzoeken hoe kleuren en patronen worden gebruikt in textielkunst en creëren een eigen textielontwerp.
Leerlingen onderzoeken hoe bedrijven kleuren gebruiken in hun logo's en reclame om bepaalde gevoelens op te roepen.
Leerlingen maken een schilderij of tekening waarin ze een verhaal vertellen met behulp van kleur en emotie.

03Verhalen Vertellen zonder Woorden
Het gebruik van theater, mime en beeld om een verhaal over te brengen op een publiek.
Leerlingen leren hoe ze met hun houding en gezichtsuitdrukking een emotie kunnen laten zien zonder woorden.
Leerlingen experimenteren met mime om korte verhalen of situaties uit te beelden zonder geluid.
Leerlingen maken en bespelen eenvoudige handpoppen of maskers om een personage te creëren en een verhaal te vertellen.
Leerlingen maken figuren en gebruiken licht om schaduwverhalen te creëren en te presenteren.
Leerlingen spelen een beroemd kunstwerk na door met de hele klas een 'tableau vivant' te vormen.
Leerlingen oefenen met het uitbeelden van verschillende gezichtsuitdrukkingen en herkennen deze bij anderen.
Leerlingen experimenteren met stemvolume, toonhoogte en snelheid om verschillende personages en emoties uit te drukken.
Leerlingen oefenen met improvisatie om spontaan te reageren op onverwachte situaties en verhalen te creëren.
Leerlingen ontwerpen en maken eenvoudige decors en rekwisieten voor een toneelstukje.
Leerlingen ontwerpen en maken eenvoudige kostuums en experimenteren met make-up om personages te transformeren.
Leerlingen maken een reeks tekeningen of foto's die samen een verhaal vertellen, zoals een stripverhaal of fotoverhaal.
In kleine groepjes bedenken en oefenen leerlingen een kort toneelstukje en presenteren dit aan de klas.

04Ritme en Klank
Ontdekken van muziek door zelf instrumenten te maken en te experimenteren met ritmes.
Leerlingen luisteren naar omgevingsgeluiden en nabootsen deze met stem en voorwerpen.
Leerlingen experimenteren met verschillende ritmes door te klappen, te stampen en te tikken.
Leerlingen maken van kosteloos materiaal eigen schudinstrumenten en experimenteren met verschillende vullingen.
Leerlingen maken van kosteloos materiaal eigen slaginstrumenten en experimenteren met verschillende materialen.
Leerlingen maken van kosteloos materiaal eigen tokkelinstrumenten en experimenteren met verschillende snaren.
Leerlingen leren reageren op een dirigent en samen een ritme vasthouden met hun zelfgemaakte instrumenten.
Leerlingen experimenteren met hoge en lage tonen en creëren eenvoudige melodieën met hun stem of instrumenten.
Leerlingen zingen bekende liedjes en letten op de relatie tussen de tekst en de melodie.
Leerlingen bewegen op verschillende soorten muziek en drukken de sfeer van de muziek uit met hun lichaam.
Leerlingen luisteren naar muziek uit verschillende culturen en ontdekken de diversiteit aan instrumenten en ritmes.
Leerlingen luisteren naar muziek die een verhaal vertelt en proberen het verhaal te visualiseren of na te spelen.
Leerlingen creëren hun eigen korte muziekstuk met behulp van hun zelfgemaakte instrumenten en stem.

05Beweging en Dans
Het verkennen van de mogelijkheden van het lichaam door middel van dans en choreografie.
Leerlingen bestuderen de bewegingen van verschillende dieren en vertalen deze naar danspassen.
Leerlingen gebruiken linten, doeken of hoepels om bewegingen te vergroten en te verfraaien.
Leerlingen experimenteren met het gebruik van de ruimte, zowel individueel als in een groep, tijdens het dansen.
Leerlingen experimenteren met het tempo van hun bewegingen, van snel en energiek tot langzaam en vloeiend.
Leerlingen ontdekken hoe ze verschillende niveaus van kracht kunnen gebruiken in hun dansbewegingen.
In kleine groepjes bedenken en oefenen leerlingen een korte reeks bewegingen en presenteren deze aan elkaar.
Leerlingen creëren een korte dans die een verhaal vertelt of een specifieke emotie uitdrukt.
Leerlingen bekijken en proberen eenvoudige danspassen uit verschillende culturen en bespreken de betekenis ervan.
Leerlingen dansen op verschillende soorten muziek en ontdekken hoe muziek de bewegingen kan inspireren en sturen.
Leerlingen oefenen met improvisatie in dans om spontaan te reageren op muziek of suggesties.