Skip to content
Taalverkenners en Woordkunstenaars · Periode 4

Figuurlijk taalgebruik

Een eerste kennismaking met uitdrukkingen en gezegden die niet letterlijk bedoeld zijn.

Een lesplan nodig voor Taalavontuur en Tekstplezier: Nederlands Groep 4?

Genereer Missie

Kernvragen

  1. Wat bedoelt iemand als hij zegt dat hij 'de draak met je steekt'?
  2. Waarom gebruiken mensen soms moeilijke uitdrukkingen in plaats van gewone woorden?
  3. Kun je een tekening maken van de letterlijke betekenis van een spreekwoord?

SLO Kerndoelen en Eindtermen

SLO: Basisonderwijs - WoordenschatSLO: Basisonderwijs - Reflectie op taal
Groep: Groep 4
Vak: Taalavontuur en Tekstplezier: Nederlands Groep 4
Unit: Taalverkenners en Woordkunstenaars
Periode: Periode 4

Over dit onderwerp

Figuurlijk taalgebruik biedt groep 4-leerlingen een eerste kennismaking met uitdrukkingen en gezegden die niet letterlijk bedoeld zijn. Ze ontdekken dat 'de draak steken met iemand' plagen betekent, en niet een echte draak omvat. Door alledaagse voorbeelden uit prentenboeken, liedjes en gesprekken leren ze de figuurlijke betekenis herkennen en verklaren. Dit stimuleert woordenschatuitbreiding en taalbewustzijn, zoals vastgelegd in de SLO-kerndoelen voor basisonderwijs.

Binnen de unit Taalverkenners en Woordkunstenaars verbindt dit topic woordenschat met reflectie op taal. Leerlingen onderzoeken waarom mensen beeldende taal gebruiken: het maakt verhalen levendiger en emoties sterker. Ze maken tekeningen van letterlijke versus figuurlijke betekenissen, wat helpt bij het onderscheiden van contexten. Dit legt basis voor gevorderd begrijpend lezen en spreken.

Actieve leerbenaderingen passen perfect bij dit topic, omdat abstracte betekenissen tastbaar worden door tekenen, rollenspellen en groepsdiscussies. Leerlingen onthouden gezegden beter als ze ze zelf interpreteren en toepassen, wat taalinzicht versnelt en plezier in taal bevordert.

Leerdoelen

  • Verklaren de figuurlijke betekenis van minimaal drie uitdrukkingen en gezegden uit de lesstof, met eigen woorden.
  • Identificeren de letterlijke betekenis van een uitdrukking en visualiseren deze door middel van een tekening.
  • Vergelijken de figuurlijke en letterlijke betekenis van een spreekwoord, en benoemen het verschil in context.
  • Creëren een korte zin of dialoog waarin een geleerde uitdrukking correct figuurlijk wordt toegepast.

Voordat je begint

Woorden leren en onthouden

Waarom: Leerlingen moeten al basisstrategieën hebben om nieuwe woorden te leren en te onthouden om figuurlijke taal te kunnen verwerken.

Begrijpend lezen: de hoofdgedachte vinden

Waarom: Het herkennen van de figuurlijke betekenis vereist het kunnen onderscheiden van de kernboodschap van de letterlijke woorden.

Kernbegrippen

uitdrukkingEen groep woorden die samen een betekenis hebben die anders is dan de losse woorden. Bijvoorbeeld: 'de kogel is door de kerk'.
gezegdeEen vaste manier van zeggen, vaak met een figuurlijke betekenis die niet letterlijk genomen moet worden. Bijvoorbeeld: 'een kat in de zak kopen'.
letterlijke betekenisDe betekenis die de woorden hebben als je ze precies neemt zoals ze zijn, zonder verborgen betekenis.
figuurlijke betekenisDe betekenis die achter de woorden schuilt, die niet letterlijk is maar een beeldende voorstelling geeft. Bijvoorbeeld: 'een appeltje voor de dorst' betekent sparen voor later.

Ideeën voor actief leren

Bekijk alle activiteiten

Verbinding met de Echte Wereld

In kinderboeken, zoals 'Jip en Janneke', worden vaak uitdrukkingen gebruikt om de taal levendiger te maken. Een kind dat leert dat 'de draak steken' plagen betekent, kan de interacties tussen Jip en Janneke beter begrijpen.

Bij het luisteren naar liedjes op de radio of het kijken van jeugdprogramma's komen veel gezegden voor. Een kind dat weet wat 'een hart van goud hebben' betekent, begrijpt de boodschap van het liedje over een vriendelijk persoon beter.

Ouders en verzorgers gebruiken dagelijks uitdrukkingen in gesprekken. Als een ouder zegt: 'Dat is appeltje-eitje', bedoelt diegene dat iets heel makkelijk is, niet dat er letterlijk fruit en eieren bij betrokken zijn.

Pas op voor deze misvattingen

Veelvoorkomende misvattingAlle uitdrukkingen zijn letterlijk bedoeld.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Leerlingen denken vaak aan echte draken of handen wassen bij 'de handen in onschuld wassen'. Actieve tekenopdrachten helpen ze het verschil visualiseren. Groepsdiscussies onthullen contextuele aanwijzingen, wat taalbegrip versterkt.

Veelvoorkomende misvattingFiguurlijk taalgebruik is alleen voor volwassenen.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Kinderen geloven dat gezegden te moeilijk zijn. Door herkenbare voorbeelden uit kinderboeken en rollenspellen ervaren ze dat het alledaags is. Peer-teaching in kleine groepen bouwt vertrouwen op.

Veelvoorkomende misvattingDe betekenis van een gezegde verandert nooit.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Leerlingen zien gezegden als vaststaand, maar context telt. Spelletjes met variaties tonen nuances. Actieve toepassing in zinnen helpt flexibiliteit ontwikkelen.

Toetsideeën

Uitgangskaart

Geef elke leerling een kaartje met een uitdrukking, bijvoorbeeld 'een oogje dichtknijpen'. Vraag hen om op te schrijven wat dit betekent en een korte tekening te maken van de letterlijke betekenis.

Snelle Controle

Toon een afbeelding die de letterlijke betekenis van een gezegde uitbeeldt (bv. een persoon die een oogje dichtknijpt). Vraag de leerlingen om in tweetallen te bedenken welke uitdrukking hierbij past en wat de figuurlijke betekenis is.

Discussievraag

Stel de vraag: 'Waarom denken jullie dat mensen uitdrukkingen gebruiken in plaats van gewone woorden?' Laat leerlingen hun ideeën delen en bespreek hoe dit de taal interessanter maakt.

Klaar om dit onderwerp te onderwijzen?

Genereer binnen enkele seconden een complete, kant-en-klare actieve leermissie.

Genereer een missie op maat

Veelgestelde vragen

Hoe introduceer ik figuurlijk taalgebruik in groep 4?
Begin met bekende uitdrukkingen uit verhalen, zoals 'op zijn strepen staan'. Laat leerlingen raden wat het betekent via tekenen of gebaren. Bouw op naar minder bekende met visuele hulpmiddelen. Herhaal in context voor retentie, passend bij SLO-woordenschatdoelen. Dit maakt het speels en toegankelijk.
Welke gezegden zijn geschikt voor groep 4?
Kies eenvoudige zoals 'de draak steken met iemand', 'op zijn tenen lopen', 'een kat in het nauw'. Vermijd complexe. Koppel aan thema's als dieren of emoties voor herkenning. Gebruik prentenboeken voor context, zodat leerlingen ze onthouden en zelf toepassen in spreekbeurten.
Hoe helpt actieve learning bij figuurlijk taalgebruik?
Actieve methoden zoals tekenen van letterlijke en figuurlijke betekenissen maken abstracte concepten concreet. Rollenspellen en groepsraden laten leerlingen betekenissen ervaren en bespreken, wat retentie verhoogt. Dit past bij SLO-reflectie op taal en verhoogt motivatie door doen in plaats van alleen horen.
Hoe link ik dit aan SLO-kerndoelen?
Dit topic voldoet aan woordenschatuitbreiding door figuurlijke betekenissen en reflectie op taal via vragen als 'Waarom deze uitdrukking?'. Activiteiten stimuleren spreken en luisteren. Documenteer met observaties voor formatief beoordelen, wat kerndoelen meetbaar maakt.