Activiteit 01
Stationrotatie: Het Zintuigen-Circuit
Vijf stations: 1. Voeldoos (voorwerpen raden), 2. Luisterkoker (geluiden herkennen), 3. Geurpotjes (kruiden ruiken), 4. Smaaktest (zoet, zout, zuur), 5. Zoekplaatjes (details vinden).
Welke zintuigen heb jij en hoe gebruik jij ze?
FacilitatietipLaat leerlingen tijdens de stationrotatie hardop vertellen wat ze voelen en hoe dat voelt in hun lichaam, zodat ze de verbinding tussen zintuig en zenuwstelsel benoemen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een afbeelding van een lichaamsdeel (bijvoorbeeld een hand, een oog). Vraag hen om te tekenen hoe een signaal van dat lichaamsdeel naar de hersenen gaat en één woord te schrijven over wat de hersenen met dat signaal doen.
ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 02
Simulatiespel: De Blinde Gids
In tweetallen is één leerling geblinddoekt. De andere leerling geeft alleen met woorden aanwijzingen om een simpel parcours af te leggen. Daarna wisselen ze om en bespreken ze hoe het voelt om op je andere zintuigen te vertrouwen.
Hoe helpen jouw ogen en oren je om de wereld te begrijpen?
FacilitatietipGeef bij de blinde gids expliciete instructies om te beschrijven wat ze horen en voelen, zodat ze leren dat aandacht een rol speelt bij waarneming.
Waar je op moet lettenStel de vraag: 'Wat gebeurt er als je per ongeluk een hete pan aanraakt?' Laat leerlingen met hun vingers omhoog aangeven welke delen van het zenuwstelsel hierbij betrokken zijn (bijvoorbeeld: zenuw in de vinger, ruggenmerg voor snelle reactie, hersenen voor bewustzijn).
ToepassenAnalyserenEvaluerenCreërenSociaal BewustzijnBesluitvorming
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 03
Denken-Delen-Uitwisselen: Zintuigen en Gevaar
Bespreek een situatie, zoals een brand of een naderende auto. Leerlingen overleggen welk zintuig hen als eerste waarschuwt en waarom dat belangrijk is. Ze tekenen een 'superheld-zintuig' dat hen beschermt.
Vertel wat er gebeurt als jij iets aanraakt dat erg warm of koud is.
FacilitatietipLaat leerlingen bij Think-Pair-Share eerst individueel nadenken over gevaarssituaties en daarna in tweetallen ervaringen uitwisselen, zodat ze patronen herkennen in hun eigen reacties.
Waar je op moet lettenBespreek met de klas: 'Hoe weten je hersenen dat je een appel eet, terwijl je ogen alleen zien dat je een appel vasthoudt?' Leid het gesprek naar het verschil tussen zintuiglijke input en hersenverwerking.
BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren→Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen
Leerlingen leren het beste door eerst zelf te ervaren hoe hun zintuigen werken, voordat je de theorie over het zenuwstelsel uitlegt. Vermijd lange uitleg over anatomie vooraf, want dat kan hun nieuwsgierigheid doven. Gebruik in plaats daarvan concrete voorbeelden uit hun eigen leven om abstracte concepten tastbaar te maken.
Succesvolle leerlingen kunnen uitleggen hoe een zintuig een signaal doorgeeft aan de hersenen en wat de hersenen vervolgens doen. Ze herkennen dat alle zintuigen samenwerken en dat reacties soms automatisch verlopen via het ruggenmerg.
Pas op voor deze misvattingen
Tijdens de stationrotatie horen leerlingen vaak zeggen dat ze alleen met hun tong proeven.
Geef elke leerling een snoepje om te proeven met hun neus dicht en daarna met hun neus open. Vraag hen na afloop wat ze opmerken en leg uit dat geur meer dan de helft van de 'smaak' bepaalt.
Tijdens de blinde gids denken leerlingen dat blinde mensen automatisch superoren hebben.
Laat leerlingen tijdens de activiteit opschrijven welke geluiden ze opmerken en hoe ze daarop reageren. Bespreek daarna dat het gaat om oefening en aandacht, niet om magische vaardigheden.
Methodes gebruikt in dit overzicht