Skip to content
Natuur en techniek · Groep 3

Ideeën voor actief leren

Spieren en bewegen

Kinderen leren het beste over hun lichaam door het zelf te voelen en te doen. Voor dit onderwerp betekent actief leren dat ze de samenwerking tussen spieren en botten ervaren tijdens echte bewegingen, waardoor abstracte begrippen tastbaar worden.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - BewegingsapparaatSLO: Basisonderwijs - Menselijk lichaam
15–35 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Ervaringsgericht leren35 min · Kleine groepjes

Spierstations: Bewegingscircuits

Richt vier stations in: springen op de plek (beenspieren), iets tillen (armspieren), bukken en opstaan (rug- en buikspieren), en armcirkels (schouderspieren). Kinderen draaien in kleine groepen rond, voelen de spieren en tekenen waar ze het voelen. Sluit af met een kort overleg per groep.

Hoe gebruik jij je spieren als jij loopt, springt of iets optilt?

FacilitatietipGeef bij Spierstations duidelijke demonstraties van elk station voordat kinderen zelfstandig gaan doen, zodat ze weten waar ze op moeten letten.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een beweging (bijvoorbeeld lopen, springen, iets optillen). Vraag hen om één zin op te schrijven over welke spieren ze daarbij gebruiken en één zin over hoe ze die spieren sterker kunnen maken.

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 02

Ervaringsgericht leren20 min · Duo's

Spiegelbewegingen: Paarduospel

Kinderen werken in paren: de een leidt een beweging zoals springen of tillen, de ander spiegelt exact. Wissel na 2 minuten rollen. Bespreek achteraf welke spieren moe werden en waarom.

Welke spieren gebruik jij het meest bij sport of spelen?

FacilitatietipBij Spiegelbewegingen loop je zelf als voorbeeld mee met de leerlingen, zodat ze je bewegingen kunnen kopiëren en direct feedback kunnen geven.

Waar je op moet lettenStel de vraag: 'Welke spier denk je dat je het meest gebruikt als je op de schommel zit en jezelf naar voren duwt?' Laat leerlingen hun antwoord uitleggen en vraag naar de reden. Benoem de spieren die het meest genoemd worden.

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 03

Ervaringsgericht leren25 min · Hele klas

Krachtproef: Optillen en meet

Geef kinderen voorwerpen van verschillende gewichten, zoals ballen of blokken. Laat ze tillen en aangeven hoe zwaar het voelt op een schaal van 1 tot 5. Groepeer en vergelijk resultaten in de klas.

Vertel hoe jij je spieren sterker kunt maken.

FacilitatietipBij Krachtproef laat je de leerlingen hun eigen meetresultaten vergelijken met die van klasgenoten, zodat ze patronen zien in kracht en vermoeidheid.

Waar je op moet lettenLaat de leerlingen een paar keer springen en daarna een paar keer lopen. Vraag hen om hun hand op hun been te leggen tijdens het lopen en daarna op hun been tijdens het springen. Vraag: 'Voel je een verschil in hoe je spieren werken?'

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 04

Ervaringsgericht leren15 min · Individueel

Spierdagboek: Dagelijkse bewegingen

Kinderen observeren een dag lang hun bewegingen thuis of op school, noteren welke spieren ze voelen en tekenen een poppetje met gemarkeerde spieren. Deel de volgende dag in een kringgesprek.

Hoe gebruik jij je spieren als jij loopt, springt of iets optilt?

FacilitatietipBij Spierdagboek geef je leerlingen een concreet voorbeeld van een genoteerde beweging, zodat ze weten hoe ze hun observaties moeten vastleggen.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een beweging (bijvoorbeeld lopen, springen, iets optillen). Vraag hen om één zin op te schrijven over welke spieren ze daarbij gebruiken en één zin over hoe ze die spieren sterker kunnen maken.

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Ervaren leerkrachten benadrukken dat je moet beginnen met wat kinderen al weten en voelen. Vermijd lange uitleg over spiergroepen zonder directe ervaring. Laat leerlingen eerst zelf ontdekken hoe hun lichaam werkt voordat je begrippen introduceert. Gebruik taal die ze kennen, zoals 'spieren die trekken' en 'botten die meebewegen', in plaats van technische termen. Observeer tijdens de activiteiten welke leerlingen moeite hebben met het voelen van de spieren en geef hen extra aanrakingspunten om te helpen, zoals een bal bij het springen om hun benen te voelen.

Succesvolle leerlingen kunnen uitleggen welke spieren ze gebruiken bij verschillende bewegingen en herkennen dat spieren samenwerken met botten om actie mogelijk te maken. Ze tonen bewustzijn van hun eigen lichaam en kunnen eenvoudige verbanden leggen tussen inspanning en vermoeidheid.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens de Spierstations horen leerkrachten vaak zeggen: 'Spieren bewegen zichzelf, botten doen niets.'

    Tijdens Spierstations laat je leerlingen voelen hoe hun spieren trekken aan hun botten door bijvoorbeeld hun hand op hun been te leggen terwijl ze springen. Benadruk dat het been (bot) beweegt omdat de spier eraan trekt.

  • Tijdens de Krachtproef denken leerlingen vaak: 'Alle spieren zijn even sterk en moe worden alleen van luiheid.'

    Tijdens de Krachtproef laat je leerlingen ervaren dat beenspieren sneller moe worden bij herhaald springen dan armspieren bij zwaaien. Bespreek daarna waarom dat zo is.

  • Tijdens het Spierdagboek schrijven leerlingen soms: 'Spieren worden sterker door stilzitten.'

    Tijdens het Spierdagboek laat je leerlingen hun eigen bewegingen opzoeken en vergelijken met klassikaal gemeten resultaten na de Krachtproef, zodat ze zien dat kracht toeneemt door beweging.


Methodes gebruikt in dit overzicht