Skip to content

AdemenActiviteiten & didactische strategieën

Actief leren werkt goed voor dit onderwerp omdat kinderen door eigen ervaring ontdekken hoe hun lichaam werkt. Zintuigen zoals zien, voelen en horen maken abstracte processen tastbaar en onthoudbaar.

Groep 3Ontdekkers van de Wereld: Natuur en Techniek in Groep 34 activiteiten20 min35 min

Leerdoelen

  1. 1Kinderen kunnen het verschil uitleggen tussen in- en uitademen en benoemen welke lucht (zuurstof, koolstofdioxide) hierbij een rol speelt.
  2. 2Kinderen kunnen observeren en beschrijven hoe hun eigen ademhaling verandert tijdens verschillende activiteiten, zoals rennen en rustig zitten.
  3. 3Kinderen kunnen de functie van de longen in het ademhalingsproces benoemen en uitleggen hoe lucht de longen bereikt.
  4. 4Kinderen kunnen met een eenvoudig hulpmiddel (bijvoorbeeld een spiegel) aantonen dat er lucht uit hun lichaam komt bij het uitademen.

Wil je een compleet lesplan met deze leerdoelen? Genereer een missie

20 min·Individueel

Spiegelobservatie: In- en Uitademen

Geef elk kind een kleine spiegel. Laat ze de spiegel voor mond en neus houden en rustig in- en uitademen. Observeer de condensvorming en bespreek het verschil tussen in- en uitademen. Teken de waarnemingen na.

Voorbereiding & details

Hoe adem jij in en uit?

Facilitatietip: Zorg bij de spiegelobservatie dat elk kind minimaal twee minuten observeert hoe de spiegel beslaat bij uitademen en verdwijnt bij inademen.

Setup: Wisselend; denk aan buitenruimtes, een lab of een maatschappelijke of externe locatie

Materials: Benodigdheden voor de praktijkervaring, Reflectielogboek met hulpvragen, Observatieformulier, Kader voor de koppeling naar de theorie

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
30 min·Duo's

Ballonlongen: Model Bouwen

Gebruik twee ballonnen als longen, een fles als borstkas en strotten als luchtpijp. Blaas de ballonnen op door in de fles te ademen. Bespreek hoe de borstkas uitzet bij inademen. Probeer in paren.

Voorbereiding & details

Wat haal jij uit de lucht als jij inademt en wat blaas jij weer uit?

Facilitatietip: Geef bij de ballonlongen duidelijk aan dat de ballon niet de longen zijn, maar het model de werking van de ademhaling laat zien.

Setup: Wisselend; denk aan buitenruimtes, een lab of een maatschappelijke of externe locatie

Materials: Benodigdheden voor de praktijkervaring, Reflectielogboek met hulpvragen, Observatieformulier, Kader voor de koppeling naar de theorie

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
25 min·Kleine groepjes

Ademhalingsrace: Rennen en Tellen

Laat kinderen 30 seconden rennen op de plek. Tel daarna hun ademhalingen per minuut en vergelijk met rust. Herhaal na rusten en bespreek veranderingen in kleine groepen.

Voorbereiding & details

Vertel hoe jouw ademhaling verandert als jij rent of rustig zit.

Facilitatietip: Meet bij de ademhalingsrace precies 30 seconden en laat kinderen hun tellingen direct opschrijven na afloop.

Setup: Wisselend; denk aan buitenruimtes, een lab of een maatschappelijke of externe locatie

Materials: Benodigdheden voor de praktijkervaring, Reflectielogboek met hulpvragen, Observatieformulier, Kader voor de koppeling naar de theorie

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
35 min·Kleine groepjes

Brooddoosproef: CO2 Detecteren

Vul een brooddoos met kalkwater en laat kinderen uitademen erin. Observeer de kleurverandering door CO2. Vergelijk met inademen en bespreek zuurstof versus koolstofdioxide.

Voorbereiding & details

Hoe adem jij in en uit?

Facilitatietip: Zet bij de brooddoosproef de bakjes met spiegel en bakpoeder op tafel neer zodat alle kinderen de reactie kunnen zien.

Setup: Wisselend; denk aan buitenruimtes, een lab of een maatschappelijke of externe locatie

Materials: Benodigdheden voor de praktijkervaring, Reflectielogboek met hulpvragen, Observatieformulier, Kader voor de koppeling naar de theorie

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn

Dit onderwerp onderwijzen

Leer kinderen eerst het proces te voelen met hun eigen handen op hun buik en borst. Vermijd lange uitleg voor ze het zelf ervaren hebben. Gebruik hun eigen taal en vraag hen om hun waarnemingen te beschrijven in plaats van direct wetenschappelijke termen te introduceren. Onderzoek toont aan dat kinderen eerder begrijpen dat ademen een circulair proces is als ze het zelf kunnen zien en voelen.

Wat je kunt verwachten

Succesvol leren ziet eruit als kinderen zelfstandig kunnen uitleggen hoe ademen werkt, de rol van neus en mond herkennen en de invloed van activiteit op hun ademhaling waarnemen. Ze gebruiken begrippen als zuurstof en koolstofdioxide in hun eigen woorden.

Deze activiteiten zijn een startpunt. De volledige missie is de ervaring.

  • Compleet facilitatiescript met docentendialogen
  • Printklaar leerlingmateriaal, klaar voor de klas
  • Differentiatiestrategieën voor elk type leerling
Genereer een missie

Pas op voor deze misvattingen

Veelvoorkomende misvattingLucht verdwijnt helemaal in de longen bij inademen.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

During de spiegelobservatie, laat kinderen zien dat de spiegel beslaat bij uitademen en dat de lucht die ze uitademen vochtig is. Gebruik de ballon die opbolt bij inademen om te laten zien dat lucht wordt verplaatst en niet opgeslagen.

Veelvoorkomende misvattingAdemhaling is altijd hetzelfde, ongeacht activiteit.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

During de ademhalingsrace, vraag kinderen hun ademhalingssnelheid te tellen na rustig zitten en direct na rennen. Vergelijk de resultaten en bespreek waarom de ademhaling sneller wordt.

Veelvoorkomende misvattingJe ademt alleen met je mond.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

During de spiegelobservatie, laat kinderen zowel door hun neus als mond ademen en observeer de verschillen in spiegelbeslag. Benadruk dat de neus lucht filtert en de mond vooral bij inspanning gebruikt wordt.

Toetsideeën

Uitgangskaart

Na de ademhalingsrace geef elke leerling een kaartje met een tekening van een persoon die rent en een persoon die stilzit. Vraag hen om op te schrijven of te tekenen hoe de ademhaling bij deze twee personen verschilt en waarom.

Snelle Controle

During de spiegelobservatie laat de kinderen om de beurt met een spiegel voor hun mond uitademen. Vraag: 'Wat zie je op de spiegel? Wat zegt dat over de lucht die je uitademt?' Bespreek de antwoorden klassikaal.

Discussievraag

After de brooddoosproef stel de vraag: 'Wat gebeurt er met de lucht als je die inademt en wat gebeurt er met de lucht als je die uitademt?' Laat de kinderen in tweetallen hierover praten en daarna hun ideeën delen met de klas. Benoem de termen zuurstof en koolstofdioxide.

Uitbreidingen & ondersteuning

  • Laat snelle leerlingen een tekening maken van de longen in de borstkas en de weg die zuurstof aflegt naar het bloed.
  • Geef leerlingen die het moeilijk hebben een werkblad met stappen om de ballonlongen te bouwen en geef ze extra tijd om het model te bestuderen.
  • Onderzoek met de hele klas welke activiteiten de ademhaling het meest versnellen en maak een grafiek van de resultaten.

Kernbegrippen

AdemhalenHet proces waarbij lucht via de neus of mond het lichaam in gaat en weer naar buiten gaat.
LongenDe organen in ons lichaam die ervoor zorgen dat we lucht kunnen inademen en uitademen.
ZuurstofEen belangrijk gas in de lucht dat ons lichaam nodig heeft om te leven. Dit ademen we in.
KoolstofdioxideEen gas dat ons lichaam maakt als afvalproduct. Dit ademen we uit.
InademenHet naar binnen halen van lucht, waarbij zuurstof wordt opgenomen.
UitademenHet naar buiten blazen van lucht, waarbij koolstofdioxide wordt afgevoerd.

Klaar om Ademen te onderwijzen?

Genereer een volledige missie met alles wat je nodig hebt

Genereer een missie