Kennisleer onderzoekt de fundamenten van wat we weten. In dit onderwerp staan twee klassieke kampen tegenover elkaar: het rationalisme en het empirisme. Rationalisten zoals Descartes en Spinoza stellen dat ware kennis voortkomt uit de rede en aangeboren ideeën, terwijl empiristen zoals Locke en Hume beweren dat de geest een 'tabula rasa' (onbeschreven blad) is die alleen via zintuiglijke ervaring gevuld wordt.
SLO Kerndoelen en EindtermenDomein D: KennisleerDomein A: Vaardigheden (A1)
Leerlingen proberen concepten te bedenken die *niet* herleidbaar zijn tot zintuiglijke ervaring (zoals 'oneindigheid' of 'causaliteit'). Ze onderzoeken in groepjes of Locke's claim dat alles uit ervaring komt standhoudt.
Hang verschillende optische illusies op. Leerlingen noteren per station wat ze zien (empirisme) en wat ze weten dat er echt is (rationalisme), en discussiëren over welke bron van kennis hier betrouwbaarder is.
Denken-Delen-Uitwisselen: Bestaan aangeboren ideeën?
Leerlingen reflecteren op de vraag of baby's al iets weten (zoals taalregels of moreel besef) zonder ervaring. Ze delen hun bevindingen en koppelen dit aan de moderne psychologie en het rationalisme.
Ze vinden zintuigen wel nuttig voor het dagelijks leven, maar niet als fundament voor *zekere* kennis. Door Descartes' was-experiment te bespreken, zien leerlingen dat de rede de veranderlijke zintuiglijke data moet ordenen.
Empirisme is gewoon 'zien is geloven'.
Het is een complexe theorie over hoe enkelvoudige indrukken worden gecombineerd tot complexe ideeën. Actieve analyse van een object (bijv. een appel) in termen van kleur, vorm en geur helpt dit proces te begrijpen.