Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat een uitspraak 'waar' is? In dit onderwerp analyseren we drie grote waarheidstheorieën: de correspondentietheorie (waarheid is overeenstemming met de feiten), de coherentietheorie (waarheid is consistentie met andere uitspraken) en de pragmatische waarheidstheorie (waarheid is wat werkt in de praktijk).
SLO Kerndoelen en EindtermenDomein D: KennisleerDomein A: Vaardigheden (A3)
Leerlingen krijgen verschillende berichten (echt en nep). Ze moeten per bericht beargumenteren welke waarheidstheorie het meest geschikt is om de claim te toetsen en of het bericht de toets doorstaat.
Wat betekent het als we zeggen dat iets 'waar' is?
Verschillende stations met domeinen: Wiskunde, Geschiedenis, Ethiek en Religie. Leerlingen bepalen per station welke waarheidstheorie daar dominant is en waarom (bijv. coherentie in de wiskunde).
Leerlingen bespreken de pragmatische theorie van William James. Als een overtuiging (bijv. optimisme) je helpt om beter te functioneren, maakt dat die overtuiging dan 'waar'? Ze delen hun conclusies in de klas.
Filosofische waarheidstheorieën zoeken juist naar objectieve of intersubjectieve criteria voor waarheid. Door verschillende theorieën toe te passen, zien leerlingen dat 'waarheid' strenge eisen stelt aan logica en bewijsvoering.
De correspondentietheorie is de enige juiste theorie.
Hoewel intuïtief, werkt correspondentie niet voor abstracte zaken als wiskunde of ethiek. Door leerlingen wiskundige stellingen te laten toetsen, ontdekken ze de noodzaak van de coherentietheorie.