Het lichaam-geest probleem is een klassieker binnen de wijsgerige antropologie (SLO Domein B1). We onderzoeken de fundamentele vraag of de mens louter een biologische machine is of dat er zoiets bestaat als een immateriële ziel of geest. Descartes' substantiedualisme vormt het historische startpunt, waarbij we de scheiding tussen 'res cogitans' en 'res extensa' analyseren. Dit confronteren we met moderne monistische visies, zoals het fysicalisme, die stellen dat alles wat we 'geest' noemen uiteindelijk terug te voeren is op hersenprocessen.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Domein B: Wijsgerige antropologieEindterm B1: Lichaam en geest
Presenteer het scenario van Derek Parfit waarbij een machine je atomen kopieert naar Mars en het origineel vernietigt. Leerlingen debatteren in kleine groepjes: ben jij dat nog op Mars? Dit dwingt hen te kiezen tussen fysicalisme en dualisme.
Een leerling speelt Mary (de wetenschapper die alles weet van kleur maar in een zwart-wit kamer leeft). Andere leerlingen proberen haar te overtuigen dat ze 'iets nieuws' leert als ze voor het eerst rood ziet, om zo het concept van qualia te begrijpen.
Leerlingen wijzen aan waar hun 'ik' zich bevindt. In tweetallen bespreken ze of dit punt kan veranderen (bijv. bij een prothese of hersenbeschadiging) en wat dit betekent voor de relatie tussen lichaam en geest.
Hoewel dualisme vaak samengaat met religie, is het ook een filosofische positie over de aard van bewustzijn (qualia) die los kan staan van geloof. Actieve discussie over de 'kloof' tussen ervaring en materie helpt dit in te zien.
De wetenschap heeft al bewezen dat we ons brein zijn.
Wetenschap toont correlatie aan, geen identiteit. Dat hersenactiviteit samengaat met gedachten, betekent niet automatisch dat ze hetzelfde zijn. Gedachte-experimenten helpen leerlingen het conceptuele verschil te begrijpen.