Deugdethiek, met Aristoteles als grondlegger, biedt een alternatief voor de regel-georiënteerde ethiek van Kant en Mill (SLO Domein C2). Hier staat niet de handeling centraal, maar het karakter van de persoon. We onderzoeken hoe we door oefening en gewoontevorming een 'goed mens' kunnen worden en wat het uiteindelijke doel van de mens is: Eudaimonia (het goede leven of bloeien).
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Domein C: EthiekEindterm C2: Deugdethiek en het goede leven
Teken een lijn op de vloer. Aan de uiteinden staan ondeugden (bijv. gierigheid en verkwisting). Leerlingen moeten voor verschillende scenario's fysiek op de plek gaan staan die volgens hen de deugd (vrijgevigheid) representeert en dit beargumenteren.
Leerlingen spelen een gesprek tussen een 'onbezonnen' jongere en een 'praktisch wijze' mentor (Phronimos). De mentor moet de jongere helpen het gouden midden te vinden in een lastige sociale situatie op school.
Hang foto's op van bekende personen (sporters, activisten, influencers). Leerlingen lopen rond en noteren welke Aristotelische deugden zij in deze personen herkennen en of deze persoon het 'gouden midden' belichaamt.
Wat is de rol van het 'gouden midden' in ons gedrag?
Het gouden midden is altijd precies het gemiddelde.
Het midden is situationeel en persoonlijk. Wat moedig is voor een getrainde soldaat is anders dan voor een kind. Actieve oefening met verschillende contexten helpt leerlingen dit onderscheid te maken.
Deugdethiek geeft geen duidelijke regels voor wat je moet doen.
Dat klopt, het geeft geen algoritme zoals het utilitarisme. Het geeft een kompas. Door casussen te bespreken, leren leerlingen dat 'doen wat een deugdzaam mens zou doen' een krachtige, zij het flexibele, leidraad is.