In dit laatste thema kijken leerlingen over de grenzen van Europa naar de mondiale welvaartsverschillen. Ze leren hoe welvaart wordt gemeten met het bbp per hoofd van de bevolking, maar ook met de Human Development Index (HDI), die kijkt naar scholing en levensverwachting. Dit sluit aan bij SLO Kerndoel 47 over de wereldeconomie.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 47Domein D: Internationale Ontwikkelingen
Posters tonen data van drie landen (bijv. Nederland, Brazilië, Ethiopië) over bbp, kindersterfte en internettoegang. Leerlingen lopen rond en rangschikken de landen op basis van verschillende criteria, waarbij ze ontdekken dat rijkdom niet altijd welzijn betekent.
Groepen onderzoeken de prijsopbouw van een gewone reep chocolade versus een Fairtrade-reep. Ze berekenen welk deel naar de boer gaat en presenteren of zij de meerprijs gerechtvaardigd vinden.
Leerlingen bedenken individueel één argument voor noodhulp en één argument voor het stimuleren van lokale ondernemingen. In tweetallen wegen ze af welke vorm van ondersteuning op lange termijn het meest effectief is.
Hoe draagt Fairtrade bij aan betere leefomstandigheden?
Welvaart is hetzelfde als hoeveel geld een land heeft.
Welvaart gaat over de mate waarin behoeften kunnen worden bevredigd met schaarse middelen. Dit omvat ook vrije tijd, milieu en gezondheid. Door de HDI-index te vergelijken met het bbp, zien leerlingen dat een rijk land niet automatisch een 'gezond' land is.
Ontwikkelingslanden zijn arm omdat ze niet hard genoeg werken.
Armoede heeft vaak structurele oorzaken zoals slechte ruilvoet, corruptie, of een koloniaal verleden. Een oorzaak-gevolg schema (vicieuze cirkel van armoede) helpt leerlingen de complexiteit van het probleem te begrijpen.