Het geven van instructies is de kern van programmeren. In dit thema leren leerlingen hoe ze een taak kunnen opdelen in kleine, logische stappen (algoritmes). Ze oefenen dit eerst met elkaar en daarna met eenvoudige vloerrobots zoals de Bee-Bot. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor Computational Thinking.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Computational Thinking - Fase 1: Algoritmes (stappenplannen) uitvoerenSLO Computational Thinking - Fase 1: Creëren van een eenvoudige reeks instructies
Maak een raster op de vloer met schilderstape. Eén leerling is de robot, de ander de programmeur met pijltjeskaarten (vooruit, achteruit, draai). De robot voert de kaarten één voor één uit.
Eén leerling heeft een eenvoudige tekening (bijv. een huis). Zonder het te laten zien, geeft hij instructies aan de ander: 'Teken een vierkant, zet er een driehoek op'. Vergelijk daarna de resultaten.
Leerlingen geven vaak te grote opdrachten. Door te oefenen met 'één stap vooruit', leren ze dat een computer alleen hele kleine, specifieke instructies begrijpt.
Links en rechts zijn voor de robot hetzelfde als voor mij.
Dit is een klassieke fout bij het draaien. Door zelf op de plek van de robot te gaan staan, leren leerlingen vanuit het perspectief van de machine te denken.