Het concept van 'bewaren' verandert in de digitale wereld. Waar een tekening fysiek in een lade gaat, verdwijnt een digitaal werkstuk in een map of in 'de cloud'. In dit thema leren leerlingen hoe ze hun werk kunnen opslaan en, belangrijker nog, hoe ze het weer terugvinden. Dit is een essentieel onderdeel van de SLO-leerlijn ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO ICT-basisvaardigheden - Fase 1: Opslaan van bestandenSLO Informatievaardigheden - Fase 1: Ordenen van gevonden informatie
Gebruik drie gekleurde dozen (mappen). Leerlingen moeten kaartjes met 'tekeningen', 'foto's' en 'spelletjes' in de juiste doos sorteren. Zo begrijpen ze het principe van mappen.
Toon een tekening van een kat. Leerlingen bedenken in tweetallen een goede naam voor het bestand zodat ze het over een week nog herkennen. Waarom is 'kat' beter dan 'asdf'?
Laat leerlingen in tweetallen op een tablet zoeken naar een eerder gemaakte tekening. Ze leggen aan elkaar uit welke stappen ze nemen (app openen, op het mapje klikken).
Hoe vind je iets terug wat je gisteren hebt gemaakt?
Veel kinderen zijn bang hun werk te verliezen. Door expliciet het 'opslaan' symbool (de diskette of het vinkje) te oefenen, bouwen ze vertrouwen op in het digitale geheugen.
De computer ruimt zichzelf wel op.
Leerlingen slaan vaak alles op met dezelfde naam of zonder naam. Door een 'rommelige' digitale map te laten zien, ervaren ze waarom ordenen nodig is om iets terug te vinden.