In een tijd van filters en bewerkte beelden is het cruciaal dat leerlingen al vroeg leren dat niet alles op een scherm 'echt' is. In dit thema onderzoeken we het onderscheid tussen realiteit en fantasie in media. We bekijken grappige, overduidelijk bewerkte foto's en praten over waarom mensen deze maken. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor Mediawijsheid en kritisch denken.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Informatievaardigheden - Fase 1: Beoordelen van betrouwbaarheid (basis)SLO Mediawijsheid - Fase 1: Onderscheid maken tussen realiteit en fantasie
Toon verschillende afbeeldingen (een echte leeuw, Simba uit de Leeuwenkoning, een gefotoshopte vliegende hond). Leerlingen rennen naar de 'Echt' of 'Nep' kant van het lokaal en leggen uit waarom.
Maak met een tablet en een eenvoudige app een foto van de klas met een grappig filter (bijv. konijnenoren). Bespreek daarna: zijn we nu echt konijnen geworden? Hoe weten we dat?
Geef groepjes leerlingen geprinte foto's waar iets geks mee is (bijv. een blauwe banaan). Laat ze met een vergrootglas zoeken naar aanwijzingen waarom de foto niet echt kan zijn.
Kinderen vertrouwen beelden vaak blindelings. Door ze zelf een foto te laten 'bewerken' met fysieke attributen of digitale filters, begrijpen ze dat een foto een gemaakte keuze is.
Reclames vertellen altijd de waarheid over speelgoed.
Leerlingen denken dat speelgoed in het echt ook kan vliegen of lichtgeven zoals in het filmpje. Door een echt object te vergelijken met de reclame, leren ze kritisch kijken.