Een computer is niet alleen om op te spelen, maar ook een bron van kennis. In dit thema ontdekken kleuters dat ze vragen kunnen stellen aan een apparaat om antwoorden te krijgen. We focussen op het proces van een vraag bedenken, de computer als hulpmiddel gebruiken en samen naar het resultaat kijken. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor informatievaardigheden en kennis van de wereld.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Digitale Geletterdheid - InformatievaardighedenKerndoel 56 (Kennis van de wereld)
Leerlingen bedenken vragen over een actueel thema (bijv. 'Hoe slaapt een giraf?'). We kiezen één vraag uit en zoeken samen op het grote bord naar het antwoord. De leerlingen geven aan welke plaatjes of filmpjes ze willen bekijken.
Laat leerlingen ervaren hoe spraakgestuurd zoeken werkt. Ze mogen om beurten een vraag inspreken (bijv. 'Hoe klinkt een trompet?'). We bespreken hoe de computer weet wat we zeggen en hoe hij het antwoord vindt.
Stel de vraag: 'Weet de computer alles?'. Leerlingen overleggen in tweetallen of de computer ook weet wat zij vanmorgen hebben gegeten of hoe hun knuffel heet. Dit helpt bij het begrijpen van de grenzen van digitale informatie.
De computer is een levend wezen dat alles zelf weet.
Kleuters personifiëren technologie vaak. Door uit te leggen dat mensen de informatie in de computer hebben gezet, leren ze dat het een hulpmiddel is en geen 'alwetend monster'. Het tonen van verschillende bronnen (boeken en internet) helpt hierbij.
Alles wat de computer zegt of laat zien is waar.
Dit is een vroege stap in kritisch denken. Door soms een 'fout' antwoord te laten zien of twee verschillende plaatjes van hetzelfde onderwerp, leren leerlingen dat je altijd goed moet blijven nadenken bij wat je ziet.