In een diverse samenleving als de Nederlandse is het essentieel dat leerlingen al vroeg leren dat 'normaal' een relatief begrip is. Dit onderwerp verkent de rijkdom aan verschillende gezinssamenstellingen, culturele achtergronden en levensstijlen. We sluiten aan bij Kerndoel 38, waarbij leerlingen leren over de verschillende achtergronden van mensen in hun omgeving.
SLO Kerndoelen en EindtermenKerndoel 37Kerndoel 38
Leerlingen tekenen hun eigen gezinssituatie (met huisdieren, bonusouders, opa's). In kleine groepjes vergelijken ze de tekeningen en ontdekken ze dat geen enkele boom hetzelfde is.
Kinderen nemen een voorwerp mee dat iets vertelt over hun achtergrond of cultuur. De voorwerpen worden tentoongesteld en leerlingen lopen rond met vragenkaartjes om meer te weten te komen.
Leerlingen bespreken wat hun lievelingseten is en wanneer ze dat eten. Ze ontdekken overeenkomsten (iedereen houdt van lekker eten) en verschillen in tradities en smaken.
Leerlingen denken dat een gezin altijd bestaat uit een vader, moeder en twee kinderen.
Toon diverse voorbeelden van gezinssamenstellingen. Door leerlingen hun eigen situatie te laten tekenen en delen, wordt de werkelijkheid van de klas de norm.
Kinderen koppelen 'anders' soms aan 'raar'.
Vervang het woord 'raar' door 'interessant' of 'nieuw'. Gebruik peer-teaching waarbij kinderen vertellen over iets wat zij doen, zodat de klas de logica erachter begrijpt.