Gevoelens en grenzen vormen de kern van sociale veiligheid in de klas. In groep 4 leren kinderen dat emoties er mogen zijn, maar dat het gedrag dat daaruit voortkomt aan regels gebonden is. We besteden aandacht aan het herkennen van non-verbale signalen: wat vertelt iemands gezicht of houding? Dit is een cruciale stap in de morele ontwikkeling van jonge kinderen binnen het Nederlandse onderwijssysteem.
SLO Kerndoelen en EindtermenKerndoel 34Kerndoel 37
Leerlingen oefenen in tweetallen met het aangeven van een grens. De ene leerling komt steeds iets dichterbij, terwijl de andere op een rustige maar duidelijke manier 'stop' zegt en een handgebaar maakt.
Langs verschillende tafels liggen foto's of korte strips. Leerlingen benoemen de emotie, bedenken een oorzaak en geven een tip hoe je deze persoon zou kunnen helpen.
De leerkracht schetst een situatie (bijv. je mag niet meedoen met een spel). Leerlingen denken na hoe ze zich zouden voelen, bespreken dit met een maatje en kiezen samen een passende reactie.
Leer ze dat alle gevoelens oké zijn, maar dat slaan of schelden dat niet is. Door simulaties leren ze alternatieve manieren om hun boosheid te uiten zonder grenzen te overschrijden.
Leerlingen denken dat een grens aangeven onbeleefd is.
Leg uit dat grenzen nodig zijn voor vriendschap. Gebruik rollenspellen om te laten zien dat je op een vriendelijke manier 'nee' kunt zeggen.