In dit thema ontdekken leerlingen hun eigen identiteit en wat hen uniek maakt. Het sluit nauw aan bij SLO Kerndoel 34, waarbij kinderen leren over zichzelf en hun plek in de groep. Door te kijken naar uiterlijke kenmerken, talenten en interesses, ontwikkelen ze een positief zelfbeeld en leren ze tegelijkertijd dat verschillen tussen mensen waardevol zijn.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 34SLO Kerndoel 37
Leerlingen maken een tekening van iets waar ze goed in zijn. De tekeningen hangen door de klas en de kinderen lopen rond om elkaars talenten te bewonderen en er vragen over te stellen.
De leerkracht noemt een activiteit (zoals buiten spelen of tekenen). Leerlingen denken na of ze dit leuk vinden, vertellen dit aan hun buurman en delen daarna met de klas waarom ze dat vinden.
Bij het ene station bekijken kinderen zichzelf in de spiegel en benoemen hun oogkleur. Bij het andere station kiezen ze een voorwerp uit een schatkist dat past bij hun hobby.
Kinderen denken dat 'anders zijn' betekent dat er iets mis is.
Benadruk dat verschillen de klas juist interessant maken. Door actieve vergelijkingen in de kring zien ze dat iedereen wel iets unieks heeft, wat de angst voor het onbekende wegneemt.
Leerlingen denken dat talent alleen gaat over sport of muziek.
Leg uit dat ook goed kunnen luisteren, lief zijn voor dieren of netjes opruimen talenten zijn. Gebruik rollenspellen om deze sociale talenten zichtbaar te maken.