Vriendschap en samenspel vormen de kern van de sociale ervaring in groep 2. Leerlingen leren hoe ze contact maken, hoe ze speelgoed kunnen delen en wat het betekent om een goede vriend te zijn. Dit sluit direct aan bij SLO Kerndoel 37, waarin de nadruk ligt op het respectvol omgaan met anderen en het ontwikkelen van sociale competenties.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 34SLO Kerndoel 37
Twee leerlingen krijgen één populair speelgoedstuk. Ze moeten samen een plan bedenken hoe ze hier allebei mee kunnen spelen zonder ruzie te maken, terwijl de klas observeert.
Oudere kleuters laten aan jongere kleuters zien hoe je op een aardige manier vraagt: 'Mag ik meedoen?'. Daarna oefenen de jongere kinderen dit in kleine groepjes.
De klas zoekt samen naar voorbeelden van aardig gedrag. Elke keer als iemand een ander helpt of deelt, komt er een blaadje in de vriendschapsboom met een tekening van die actie.
Kinderen denken dat een vriendje altijd hetzelfde moet willen als zij.
Leer kinderen dat vrienden verschillende meningen kunnen hebben. Gebruik 'Think-Pair-Share' om te ontdekken dat je vriendje misschien liever in de bouwhoek speelt terwijl jij wilt kleuren, en hoe je dan een compromis sluit.
Leerlingen denken dat een ruzie het einde van een vriendschap betekent.
Laat zien dat ruzies erbij horen en opgelost kunnen worden. Door middel van rollenspellen kunnen kinderen oefenen met 'het goedmaken' en het herstellen van de band.