Veiligheid in het verkeer is een levensles die voor kleuters begint bij de stoeprand. In dit thema leren leerlingen de basisregels voor voetgangers, het herkennen van belangrijke verkeersborden en de betekenis van verkeerslichten. Dit sluit aan bij SLO Kerndoel 39 en 40, waarbij de nadruk ligt op de veiligheid in de eigen omgeving.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 39SLO Kerndoel 40
Met tape worden wegen en zebrapaden op de vloer gemaakt. Sommige kinderen zijn auto's (met een stuur), anderen zijn voetgangers. Ze oefenen met oversteken terwijl de 'auto's' passeren.
Tijdens een wandeling rond de school maken leerlingen foto's of tekeningen van verkeersborden. In de klas hangen ze deze op en vertellen ze wat elk bord betekent voor een voetganger.
De leerkracht laat foto's zien van verschillende oversteekplaatsen. Leerlingen overleggen met hun maatje welke plek het veiligst is en waarom (bijvoorbeeld door het zebrapad of een overzichtelijke bocht).
Kinderen denken dat een auto altijd direct kan stoppen als zij oversteken.
Gebruik een actieve oefening waarbij een kind rent en moet stoppen bij een signaal. Laat zien dat je altijd nog een paar stappen doorloopt. Leg uit dat een zware auto dat ook heeft (remweg).
Leerlingen denken dat ze veilig zijn zodra ze op een zebrapad stappen.
Leer hen dat ze altijd oogcontact moeten maken met de chauffeur. Oefen dit in een rollenspel: pas als de chauffeur stopt en kijkt, mag je gaan.