Lichamelijke integriteit en het aangeven van grenzen zijn essentieel voor de veiligheid en het zelfvertrouwen van kinderen. In dit thema leren leerlingen dat hun lichaam van henzelf is en dat zij 'nee' of 'stop' mogen zeggen tegen aanrakingen die ze niet prettig vinden. Dit sluit aan bij SLO Kerndoel 34 en de kerndoelen voor burgerschap.
SLO Kerndoelen en EindtermenSLO Kerndoel 34SLO Kerndoel 37
Leerlingen oefenen in tweetallen. De een doet alsof hij de ander wil kietelen of een knuffel wil geven. De ander oefent met het zeggen van 'Nee' of 'Stop' als hij dat niet wil, en de eerste stopt direct.
Wat doe je als iemand je kietelt en je wilt dat niet?
Leerlingen denken na over drie mensen bij wie ze zich altijd veilig voelen. Ze delen dit met een maatje en bespreken dat ze naar deze mensen toe kunnen gaan als iemand over hun grens gaat.
In kleine groepjes sorteren kinderen plaatjes van aanrakingen (hand geven, duwen, aai over de bol). Ze bespreken dat dezelfde aanraking voor de een 'ja' kan zijn en voor de ander 'nee'.
Kinderen denken dat ze altijd beleefd moeten zijn en een kus of knuffel moeten geven aan familieleden.
Leer hen dat zij de baas zijn over hun eigen lichaam. Gebruik rollenspellen om te laten zien dat een hand geven of zwaaien ook een prima manier is om gedag te zeggen als je niet wilt knuffelen.
Leerlingen denken dat 'stop' zeggen alleen nodig is als iemand gemeen doet.
Leg uit dat je ook 'stop' mag zeggen bij spelletjes die te wild worden of kietelen. Actieve simulaties helpen hen te voelen waar hun eigen grens ligt, ook in leuke situaties.