Activiteit 01
Onderzoekskring: De Bewegings-puzzel
Elk groepje krijgt drie kaartjes met woorden (bijv. 'draai', 'sprong', 'zwaai'). Ze moeten deze drie bewegingen in een volgorde zetten en een manier vinden om ze vloeiend in elkaar over te laten lopen.
Analyseer hoe je de ruimte om je heen kunt gebruiken om je bewegingen groter of kleiner te maken.
FacilitatietipTijdens De Bewegings-puzzel: geef leerlingen alleen de eerste helft van een dans en laat hen raden hoe de rest eruitziet, zodat ze leren anticiperen op bewegingen.
Waar je op moet lettenObserveer leerlingen terwijl ze individueel de ruimte verkennen. Stel vragen als: 'Hoe kun je deze beweging groter maken?' of 'Welke andere richting kun je nu kiezen?' Noteer observaties over hun gebruik van ruimte en dynamiek.