Skip to content
Beeldende vorming · Groep 3

Ideeën voor actief leren

Dansen met Attributen: Linten en Doeken

Door attributen zoals linten en doeken actief te gebruiken, ervaren leerlingen direct hoe bewegingen groter, expressiever of juist subtieler kunnen worden. Dit maakt abstracte dansconcepten tastbaar en zorgt ervoor dat leerlingen de relatie tussen lichaam en materiaal ontdekken.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Dans: VormgevingSLO: Basisonderwijs - Kunstzinnige oriëntatie: Presentatie
15–35 minDuo's → Hele klas3 activiteiten

Activiteit 01

Onderzoekskring20 min · Duo's

Onderzoekskring: De Wind en de Doek

In tweetallen houden leerlingen samen een grote doek vast. Ze onderzoeken hoe ze de doek kunnen laten dansen als een rustig briesje of een wilde storm, zonder de doek los te laten.

Analyseer hoe een lint helpt om de vorm van je beweging duidelijker te maken.

FacilitatietipTijdens 'De Wind en de Doek' moedig leerlingen aan om eerst langzaam te bewegen zodat ze de reactie van het attribuut op hun bewegingen kunnen voelen.

Waar je op moet lettenObserveer leerlingen terwijl ze met een lint bewegen. Vraag: 'Hoe maakt het lint de beweging van je arm groter?' of 'Kun je met het lint een cirkel tekenen in de lucht?' Noteer of leerlingen de link tussen attribuut en beweging kunnen benoemen.

AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 02

Ervaringsgericht leren35 min · Kleine groepjes

Stationrotatie: Materiaal-dans

Verdeel de klas in drie groepen: linten, hoepels en sjaals. Elk groepje krijgt 10 minuten om te ontdekken welke beweging het beste bij hun attribuut past en wisselt daarna van station.

Verklaar wat er gebeurt met de dans als de muziek sneller gaat en hoe je attribuut meebeweegt.

FacilitatietipBij 'Stationrotatie: Materiaal-dans' laat je elke station 3 tot 4 minuten duren, zodat leerlingen voldoende tijd hebben om te experimenteren zonder af te dwalen.

Waar je op moet lettenLaat leerlingen in tweetallen een korte dans maken met een doek die een simpel verhaal vertelt (bijvoorbeeld: een bloem die openkomt). Laat ze daarna aan elkaar vertellen: 'Welke beweging met het doek liet de bloem zien?' en 'Wat gebeurde er toen de muziek sneller ging?'

ToepassenAnalyserenEvaluerenZelfbewustzijnZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 03

Denken-Delen-Uitwisselen: Tekenen in de Lucht

De leerkracht vraagt: 'Hoe kun je een achtje maken met je lint?'. Leerlingen proberen het eerst zelf, overleggen in tweetallen wat de beste techniek is (pols of hele arm) en laten het aan de klas zien.

Ontwerp een korte dans waarin je samen met een doek een verhaal vertelt.

FacilitatietipBij 'Tekenen in de Lucht' geef je voorbeelden van basisvormen (cirkel, golf, zigzag) die leerlingen met het lint kunnen maken, voordat ze zelf aan de slag gaan.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met de vraag: 'Noem één manier waarop een lint je dans kan veranderen.' of 'Beschrijf met één zin hoe je een doek kunt gebruiken om een verhaal te vertellen.'

BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Leerlingen leren het beste door eerst zelf te experimenteren met de attributen voordat ze theorie krijgen. Geef korte, duidelijke instructies en demonstreer de bewegingen zelf, zodat ze een visueel referentiekader hebben. Vermijd te veel uitleg vooraf: laat ze ontdekken en corrigeer pas als ze vastlopen. Onderzoek toont aan dat leerlingen door fysieke ervaring sneller de link leggen tussen attribuut en expressie dan door alleen te kijken of te luisteren.

Succesvolle leerlingen tonen begrip door het attribuut te integreren in hun dans als een verlengstuk van hun lichaam. Ze kunnen verwoorden hoe het attribuut hun beweging beïnvloedt en passen dit bewust toe in hun dans.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens 'Stationrotatie: Materiaal-dans' denken leerlingen dat het attribuut alleen maar wild gebruikt hoort te worden.

    Geef leerlingen de opdracht om tijdens dit station eerst de beweging van het lint te laten aansluiten bij de beweging van hun arm voordat ze het materiaal sneller of groter gebruiken.

  • Tijdens 'De Wind en de Doek' bewegen leerlingen te snel om de reactie van het doek te zien.

    Laat ze in slow motion bewegen en vraag: 'Wat gebeurt er met de rand van de doek als je je arm langzaam optilt?' Stimuleer ze om hun tempo aan te passen om de vorm van de doek te benadrukken.


Methodes gebruikt in dit overzicht