Skip to content
Wiskunde · Groep 6

Ideeën voor actief leren

Negatieve Getallen in de Praktijk

Negatieve getallen vragen van leerlingen een fundamentele shift in hun getalbegrip, en dat lukt het beste door ze actief te laten ervaren. Door hun eigen bewegingen, temperaturen en hoogtes te koppelen aan getallen, geven we betekenis aan iets wat eerst abstract aanvoelde. Zo bouwen ze intuïtie op die later helpt bij complexere berekeningen.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Getallen en bewerkingenSLO: Basisonderwijs - Getalbegrip
10–25 minDuo's → Hele klas3 activiteiten

Activiteit 01

Simulatiespel15 min · Hele klas

Simulatiespel: De Lift in de Parkeergarage

Teken een verticale getallenlijn op de vloer of muur. Leerlingen spelen dat ze in een lift zitten die van de 3e verdieping naar laag -2 gaat. Ze tellen de stappen en ervaren de beweging door de nul heen.

Verklaar wat er gebeurt met de waarde van een negatief getal als het cijfer achter het minteken groter wordt.

FacilitatietipTijdens 'De Lift in de Parkeergarage' laat je leerlingen eerst fysiek de bewegingen maken voordat ze het op papier zetten, zodat de abstractie van de getallenlijn gekoppeld blijft aan hun lichaamservaring.

Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met twee negatieve getallen, bijvoorbeeld -8 en -3. Vraag hen welk getal kleiner is en waarom, en teken dit op een kleine getallenlijn. Controleer of ze de relatie tussen de grootte van het cijfer en de waarde van het negatieve getal begrijpen.

ToepassenAnalyserenEvaluerenCreërenSociaal BewustzijnBesluitvorming
Volledige les genereren

Activiteit 02

Onderzoekskring25 min · Kleine groepjes

Onderzoekskring: Weerbericht uit de Noordpool

Leerlingen zoeken in kleine groepjes de minimumtemperaturen op van verschillende steden wereldwijd. Ze rangschikken deze van koud naar warm op een grote klassikale getallenlijn en leggen hun keuzes uit.

Vergelijk de getallenlijn als hulpmiddel om het verschil tussen -5 en 5 uit te leggen en visualiseer dit.

FacilitatietipBij 'Weerbericht uit de Noordpool' geef je elk groepje een andere temperatuur en laat je ze vergelijken met een thermometerfoto, zodat ze de relatie tussen getal en temperatuur zelf ontdekken.

Waar je op moet lettenStel de vraag: 'Stel je voor dat je een rekening van €20 hebt en je koopt iets van €25. Hoeveel geld heb je dan op je rekening en hoe leg je dat uit met een negatief getal?' Laat leerlingen hun antwoorden delen en elkaar feedback geven op de duidelijkheid van hun uitleg.

AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 03

Denken-Delen-Uitwisselen: Wat is dieper?

Stel de vraag: 'Een duiker is op -10 meter en een vis op -20 meter. Wie is er dieper?'. Laat leerlingen eerst zelf tekenen, dan overleggen en tenslotte de logica achter de 'grotere' negatieve getallen uitleggen.

Identificeer en analyseer situaties buiten het weer waarin negatieve getallen een rol spelen.

FacilitatietipVoor 'Wat is dieper?' zorg je dat leerlingen eerst hun eigen voorbeelden bedenken voordat ze de dieptes van andere landen vergelijken, zodat de context vooraf helder is.

Waar je op moet lettenToon afbeeldingen van verschillende situaties (bv. een thermometer met -10°C, een berg met een hoogte van -50m, een bankafschrift met -€15). Vraag leerlingen om voor elke afbeelding een korte zin te schrijven die uitlegt wat het negatieve getal betekent in die context.

BegrijpenToepassenAnalyserenZelfbewustzijnRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Sjablonen

Sjablonen die passen bij deze Wiskunde-activiteiten

Gebruik, bewerk, print of deel ze.

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Begin met een levendige context, zoals een uitje naar een parkeergarage of een discussie over schulden. Vermijd hierbij direct de termen 'negatief' of 'kleiner dan', want dat leidt vaak tot verwarring. Gebruik in plaats daarvan taal die de leerlingen al kennen, zoals 'koud', 'diep' of 'te weinig geld'. Laat ze eerst ervaren, dan benoemen en pas daarna generaliseren naar getalnotaties. Onderzoek laat zien dat leerlingen die eerst zelf voorbeelden bedenken, minder fouten maken in latere toetsen.

Succesvolle leerlingen kunnen negatieve getallen plaatsen op een getallenlijn, uitleggen waarom -12 kleiner is dan -3, en deze getallen koppelen aan concrete situaties zoals schulden of diepte onder zeeniveau. Ze herkennen het verschil tussen de absolute waarde en de werkelijke waarde van een negatief getal.


Pas op voor deze misvattingen

  • During 'De Lift in de Parkeergarage', watch for...

    leerlingen die denken dat -10 hoger is dan -5 omdat 10 groter is dan 5. Laat hen de lift 10 verdiepingen omlaag laten zakken en vraag: 'Is deze plek warmer of kouder dan 5 verdiepingen omlaag?' Zo koppelen ze het getal aan de temperatuurcontext.

  • During 'Weerbericht uit de Noordpool', watch for...

    uitspraken dat negatieve getallen niet echt bestaan. Wijs op de temperatuurlijnen en vraag: 'Wat betekent -30°C voor jouw jaskeuze?' Laat ze in groepjes bedenken welke kleding ze nodig hebben bij verschillende temperaturen.


Methodes gebruikt in dit overzicht