Nederland · SLO Kerndoelen en Eindtermen
Groep 3 Van Klank naar Verhaal: Ontdekkend Lezen en Schrijven
Dit curriculum richt zich op de fundamentele overgang van mondelinge taal naar schriftelijke geletterdheid. Leerlingen ontwikkelen vaardigheden in technisch lezen, begrijpend luisteren en creatief schrijven door middel van rijke teksten en interactieve werkvormen.

01De Magie van Letters en Klanken
In deze unit ontdekken leerlingen de koppeling tussen klanken en letters om de basis van het technisch lezen te leggen.
Leerlingen identificeren en koppelen korte klinkers aan hun geschreven vorm en oefenen met hakken en plakken.
Leerlingen herkennen en koppelen lange klinkers aan hun geschreven vorm en oefenen met het lezen van woorden met lange klinkers.
Leerlingen identificeren en koppelen medeklinkers aan hun geschreven vorm en oefenen met het vormen van woorden.
Leerlingen herkennen en lezen woorden met twee lettergrepen en oefenen met het verdelen van woorden in lettergrepen.
Leerlingen identificeren en lezen samengestelde woorden en begrijpen hoe twee woorden een nieuwe betekenis vormen.
Leerlingen oefenen met het direct herkennen van veelvoorkomende woorden (kapstokwoorden) om de leessnelheid te verhogen.
Leerlingen lezen korte, eenvoudige zinnen en beantwoorden vragen om hun begrip te tonen.
Leerlingen construeren zelf korte, logische zinnen met behulp van geleerde woorden en structuren.
Leerlingen herkennen en gebruiken de punt en het vraagteken correct in zinnen.
Leerlingen herkennen en gebruiken het uitroepteken om emotie of nadruk aan te geven.
Leerlingen oefenen met vloeiend lezen door middel van herhaald lezen en koorlezen.
Leerlingen oefenen met hardop lezen voor een publiek, met aandacht voor uitspraak en articulatie.
Leerlingen passen eenvoudige strategieën toe om de inhoud van gelezen zinnen te begrijpen, zoals visualiseren.

02Spreken met Woorden en Beelden
Focus op de uitbreiding van de woordenschat en het mondeling communiceren van eigen ervaringen.
Leerlingen verkennen en gebruiken nieuwe woorden gerelateerd aan het thema herfst door middel van beelden en discussie.
Leerlingen verkennen en gebruiken nieuwe woorden gerelateerd aan het thema winter door middel van beelden en discussie.
Leerlingen verkennen en gebruiken nieuwe woorden gerelateerd aan het thema winkel en boodschappen doen.
Leerlingen verkennen en gebruiken nieuwe woorden gerelateerd aan verschillende dieren en hun kenmerken.
Leerlingen luisteren naar voorgelezen verhalen en identificeren de hoofdgedachte of het belangrijkste idee.
Leerlingen luisteren naar voorgelezen verhalen en onthouden belangrijke details over personages, plaatsen en gebeurtenissen.
Leerlingen luisteren naar voorgelezen verhalen en oefenen met het voorspellen van het verloop en het trekken van conclusies.
Leerlingen bereiden een korte presentatie voor over een eigen ervaring en delen deze met de klas.
Leerlingen geven een kort verslag over een eenvoudig onderwerp, met aandacht voor structuur en duidelijkheid.
Leerlingen leren hoe ze eenvoudige visuele hulpmiddelen (tekeningen, foto's) kunnen gebruiken om hun presentatie te ondersteunen.
Leerlingen oefenen met het stellen van open en gesloten vragen in een gesprek.
Leerlingen oefenen met actief luisteren door te knikken, oogcontact te maken en korte samenvattingen te geven.
Leerlingen oefenen met het uiten van hun mening op een respectvolle manier en het onderbouwen ervan.

03De Schrijver in de Dop
Leerlingen maken kennis met het schrijfproces, van handschriftontwikkeling tot het maken van eigen teksten.
Leerlingen oefenen de juiste pengreep en zithouding om een comfortabele en leesbare schrijfhouding te ontwikkelen.
Leerlingen leren de correcte vorming van hoofdletters en oefenen deze in verschillende contexten.
Leerlingen leren de correcte vorming van kleine letters en oefenen deze in verschillende contexten.
Leerlingen oefenen met het maken van vloeiende verbindingen tussen letters om een leesbaar verbonden schrift te ontwikkelen.
Leerlingen schrijven een boodschappenlijstje, met aandacht voor duidelijkheid en beknoptheid.
Leerlingen schrijven een kort briefje aan een vriend of familielid, met aandacht voor de ontvanger en het doel.
Leerlingen schrijven een verjaardagskaart, met aandacht voor felicitaties en persoonlijke boodschappen.
Leerlingen leren de basisstructuur van een verhaal: een begin, een midden en een eind.
Leerlingen bedenken en beschrijven eenvoudige personages voor hun verhalen, met aandacht voor uiterlijk en karakter.
Leerlingen bedenken een spannend probleem of conflict voor hun verhaal en hoe de hoofdpersoon dit oplost.
Leerlingen gebruiken beschrijvende woorden (bijvoeglijke naamwoorden) om hun verhalen levendiger te maken.
Leerlingen maken tekeningen die passen bij hun geschreven verhalen en die de tekst ondersteunen.
Leerlingen oefenen met het spellen van klankzuivere woorden door goed te luisteren naar de klanken.

04Speuren in Teksten
Verdieping van het begrijpend lezen door te kijken naar verschillende soorten teksten en hun functies.
Leerlingen herkennen de kenmerken van sprookjes en fantasieverhalen en onderscheiden deze van waargebeurde verhalen.
Leerlingen herkennen de kenmerken van informatieve teksten en begrijpen hun doel.
Leerlingen herkennen gedichten en liedjes als specifieke tekstsoorten en ontdekken hun kenmerken.
Leerlingen leren hoe ze hun voorkennis kunnen gebruiken om de inhoud van een tekst beter te begrijpen.
Leerlingen oefenen met het visualiseren van de tekstinhoud om het begrip te vergroten.
Leerlingen leren zichzelf vragen te stellen tijdens het lezen om actief betrokken te blijven bij de tekst.
Leerlingen leren strategieën om de betekenis van onbekende woorden af te leiden uit de context of met behulp van plaatjes.
Leerlingen herkennen de chronologische volgorde in verhalen en informatieve teksten door te letten op signaalwoorden.
Leerlingen herkennen eenvoudige oorzaak-gevolgrelaties in teksten en begrijpen hoe gebeurtenissen met elkaar samenhangen.
Leerlingen herkennen vergelijkingen en tegenstellingen in teksten en begrijpen hoe deze de informatie ordenen.
Leerlingen onderscheiden de hoofdgedachte van een alinea of korte tekst van de ondersteunende details.

05Taal is een Feestje
Afsluitende unit waarin taalplezier, poëzie en de rijkdom van de Nederlandse taal centraal staan.
Leerlingen herkennen verschillende rijmsoorten (bijv. eindrijm, beginrijm) in gedichten en liedjes.
Leerlingen ontdekken het ritme en metrum in gedichten en liedjes en hoe dit bijdraagt aan de expressie.
Leerlingen schrijven hun eigen korte gedichten, experimenterend met rijm, ritme en beeldspraak.
Leerlingen ontdekken de betekenis van veelvoorkomende spreekwoorden en leren dat taal soms figuurlijk is.
Leerlingen ontdekken de betekenis van veelvoorkomende gezegden en leren deze in de juiste context te gebruiken.
Leerlingen ontdekken de betekenis van veelvoorkomende uitdrukkingen en leren deze in de juiste context te gebruiken.
Leerlingen spelen taalspelletjes (bijv. galgje, woordketting) om hun woordenschat en taalgevoel te vergroten.
Leerlingen genieten van voorgelezen verhalen en gedichten en bespreken hun favoriete passages.
Leerlingen selecteren hun beste werk van het jaar (verhalen, gedichten, tekeningen) voor hun portfolio.
Leerlingen presenteren hun eigen boek of portfolio aan klasgenoten, ouders of andere belangstellenden.
Leerlingen reflecteren op hun leerproces van het afgelopen jaar en formuleren leerdoelen voor de toekomst.