Activiteit 01
Paarsgewijze beschrijving: Dierportret
Elk kind kiest een dierkaart en beschrijft het met drie woorden aan de partner, zoals 'groot, grijs, slurf'. De partner tekent het dier op basis van de beschrijving. Sluit af met vergelijking van tekening en originele kaart.
Welke dieren ken jij en hoe heten ze?
FacilitatietipGeef bij 'Paarsgewijze beschrijving: Dierportret' leerlingen een afbeelding en laat hen in tweetallen eerst alleen kijken, dan om de beurt een zin te maken over het dier.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een plaatje van een dier. Vraag hen om twee beschrijvende woorden op te schrijven die bij het dier passen en één zin te maken waarin ze het dier benoemen.