Skip to content
Nederlands · Groep 3

Ideeën voor actief leren

Figuurlijk Taalgebruik: Spreekwoorden

Actief leren werkt bij spreekwoorden omdat leerlingen door beweging en tekenen het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik direct ervaren. Ze koppelen abstracte betekenissen aan concrete beelden, wat hun woordenschat en taalbeschouwing versterkt.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - WoordenschatSLO: Basisonderwijs - Taalbeschouwing
20–45 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Circuitmodel45 min · Kleine groepjes

Circuitmodel: Spreekwoorden Stations

Richt vier stations in: 1) spreekwoorden raden uit afbeeldingen, 2) letterlijke tekeningen maken, 3) figuurlijke verhalen bedenken, 4) spreekwoorden matchen met situaties. Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren ontdekkingen. Sluit af met een klassikale presentatie.

Wat betekent het spreekwoord 'de appel valt niet ver van de boom'?

FacilitatietipZet bij de stations zelf een voorbeeld neer van een letterlijke en figuurlijke tekening om de start van de activiteit te verduidelijken.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een spreekwoord (bijv. 'wie niet waagt, die niet wint'). Vraag hen om op te schrijven wat het spreekwoord letterlijk zou kunnen betekenen en wat de figuurlijke betekenis is.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 02

Binnen-buitenkring20 min · Duo's

Pairs: Charades met Spreekwoorden

Deel spreekwoorden uit zoals 'op zijn kop staan'. In paren acteert één leerling de letterlijke betekenis, de ander raadt en bespreekt de figuurlijke. Wissel rollen en bespreek verschillen.

Hoe kan iets een andere betekenis hebben dan wat je letterlijk zegt?

FacilitatietipGeef tijdens de charades precieze hints waardoor leerlingen het spreekwoord sneller raden, zoals: 'Het gaat over snelheid en gehaaste keuzes'.

Waar je op moet lettenToon een afbeelding van een appel die vlak bij een boom ligt. Vraag: 'Wat zou dit spreekwoord kunnen betekenen: de appel valt niet ver van de boom?' Laat leerlingen hun ideeën delen en leg uit waarom ze denken dat dit het spreekwoord is.

OnthoudenBegrijpenToepassenRelatievaardighedenZelfmanagement
Volledige les genereren

Activiteit 03

Binnen-buitenkring30 min · Hele klas

Whole Class: Spreekwoorden Bingo

Maak bingokaarten met spreekwoorden en betekenissen. Roep situaties en leerling markeren passende spreekwoorden. Winnaar legt uit waarom het past.

Kun je een tekening maken van wat een spreekwoord letterlijk zou betekenen?

FacilitatietipControleer tijdens de bingo dat leerlingen niet alleen de woorden herkennen maar ook de betekenis kunnen uitleggen.

Waar je op moet lettenNoem een spreekwoord, zoals 'haastige spoed is zelden goed'. Vraag leerlingen om met hun vingers aan te geven of ze denken dat de leerkracht het nu letterlijk of figuurlijk bedoelt. Vraag vervolgens een paar leerlingen om de figuurlijke betekenis uit te leggen.

OnthoudenBegrijpenToepassenRelatievaardighedenZelfmanagement
Volledige les genereren

Activiteit 04

Binnen-buitenkring25 min · Individueel

Individual: Eigen Spreekwoord Tekenen

Leerlingen kiezen een spreekwoord, tekenen letterlijk en figuurlijk en schrijven een zin. Deel met de klas voor feedback.

Wat betekent het spreekwoord 'de appel valt niet ver van de boom'?

FacilitatietipGeef bij de tekenopdracht een kader met stappen: eerst letterlijk, dan figuurlijk, en tenslotte een eigen situatie waarin het spreekwoord past.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een spreekwoord (bijv. 'wie niet waagt, die niet wint'). Vraag hen om op te schrijven wat het spreekwoord letterlijk zou kunnen betekenen en wat de figuurlijke betekenis is.

OnthoudenBegrijpenToepassenRelatievaardighedenZelfmanagement
Volledige les genereren

Sjablonen

Sjablonen die passen bij deze Nederlands-activiteiten

Gebruik, bewerk, print of deel ze.

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Begin met concrete voorbeelden die aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen. Vermijd abstracte uitleg over figuurlijke taal; laat leerlingen zelf ontdekken door tekenen en acteren. Gebruik herhaalde blootstelling aan dezelfde spreekwoorden in verschillende contexten, zodat ze de betekenis eigen maken. Wees alert op leerlingen die spreekwoorden als vaste frases zien zonder context, en vraag om persoonlijke voorbeelden.

Succesvolle leerlingen kunnen spreekwoorden herkennen, uitleggen en toepassen in eigen taalgebruik. Ze tekenen of acteren de betekenis en gebruiken hun kennis om verbanden te leggen met alledaagse situaties.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens de eigen spreekwoord tekenen, denken leerlingen vaak dat spreekwoorden altijd letterlijk moeten worden getekend.

    Geef tijdens deze activiteit een voorbeeld van beide versies (letterlijk en figuurlijk) en vraag leerlingen om eerst de letterlijke betekenis te tekenen voordat ze de figuurlijke betekenis maken. Bespreek hun tekeningen klassikaal om het verschil te benadrukken.

  • Tijdens de charades met spreekwoorden geloven leerlingen dat spreekwoorden alleen voor volwassenen zijn.

    Kies tijdens deze activiteit spreekwoorden die aansluiten bij kinderervaringen, zoals 'de kat uit de boom kijken' of 'met de deur in huis vallen'. Laat leerlingen na afloop vertellen welke spreekwoorden ze in hun eigen leven herkennen.

  • Tijdens de spreekwoorden stations zien leerlingen figuurlijk taalgebruik als een vorm van liegen.

    Gebruik tijdens deze stations eenvoudige voorbeelden zoals 'het regent pijpenstelen' en vraag leerlingen om zelf een situatie te bedenken waarin dit spreekwoord past. Benadruk dat het taal verrijkt en niet misleidt.


Methodes gebruikt in dit overzicht