Skip to content
Nederlands · Groep 3

Ideeën voor actief leren

Figuurlijk Taalgebruik: Uitdrukkingen

Actief leren werkt bij uitdrukkingen omdat leerlingen visueel, auditief en kinesthetisch betrokken zijn. Door uitdrukkingen te tekenen, uit te beelden of in rollenspellen te gebruiken, maken ze het verschil tussen letterlijke en figuurlijke betekenis concreet en blijvend. Dit sluit aan bij hun natuurlijke spel- en beweegdrang in groep 3.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - WoordenschatSLO: Basisonderwijs - Taalbeschouwing
20–35 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Rollenspel25 min · Kleine groepjes

Pantomime: Uitdrukkingen Raden

Deel de klas in kleine groepen. Elke leerling trekt een kaart met een uitdrukking, zoals 'op zijn kop krijgen', en speelt de figuurlijke betekenis uit met gebaren. Groep raadt en bespreekt de juiste betekenis. Wissel rollen na vijf beurten.

Wat betekent 'iets voor zoete koek slikken'?

FacilitatietipTijdens de pantomimeoefening geef je eerst een korte demonstratie van hoe je een uitdrukking letterlijk kunt naspelen voordat je de figuurlijke betekenis toont.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een uitdrukking, bijvoorbeeld 'met de handen in het haar zitten'. Vraag hen om de letterlijke betekenis te tekenen en de figuurlijke betekenis op te schrijven.

ToepassenAnalyserenEvaluerenSociaal BewustzijnZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 02

Rollenspel30 min · Duo's

Rollenspel: Gesprek met Uitdrukkingen

Maak paren en geef kaartjes met situaties, zoals 'iets voor zoete koek slikken' in een verhaal over een grap. Leerlingen spelen een kort gesprek en gebruiken de uitdrukking correct. Bespreken achteraf in kring wat goed ging.

Waarom is de letterlijke betekenis van een uitdrukking soms grappig?

FacilitatietipBij het rollenspel moedig je leerlingen aan om uitdrukkingen te gebruiken door zelf als voorbeeld te beginnen en positieve feedback te geven als ze het proberen.

Waar je op moet lettenToon een afbeelding van een letterlijke interpretatie van een uitdrukking (bijvoorbeeld een kind dat letterlijk een appel eet en een ei vasthoudt bij 'appeltje-eitje'). Vraag: 'Wat zie je hier? Wat zou deze uitdrukking figuurlijk betekenen en in welke situatie zou je dit kunnen zeggen?'

ToepassenAnalyserenEvaluerenSociaal BewustzijnZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 03

Rollenspel35 min · Individueel

Tekenen: Letterlijk versus Figuurlijk

Leerlingen krijgen een uitdrukking en tekenen eerst de letterlijke betekenis, dan de figuurlijke. Deel met de groep en leg uit waarom ze grappig of logisch zijn. Plak tekeningen op een prikbord voor overzicht.

Kun je een kort gesprekje spelen waarin je een uitdrukking gebruikt?

FacilitatietipTijdens het tekenen laat je leerlingen eerst de letterlijke betekenis tekenen en vraag je hen daarna pas de figuurlijke betekenis te illustreren.

Waar je op moet lettenNoem een uitdrukking, bijvoorbeeld 'een open deur intrappen'. Vraag de leerlingen om met hun duim omhoog te steken als ze denken dat de figuurlijke betekenis iets anders is dan de letterlijke, en met hun duim omlaag als ze denken dat het hetzelfde is.

ToepassenAnalyserenEvaluerenSociaal BewustzijnZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 04

Rollenspel20 min · Kleine groepjes

Kaartspel: Context Matchen

Maak kaarten met uitdrukkingen en contextzinnen. In kleine groepen matchen leerlingen en leggen uit waarom het past. Winnaar heeft meeste matches en bespreekt één uitdrukking met de klas.

Wat betekent 'iets voor zoete koek slikken'?

FacilitatietipBij het kaartspel zorg je voor een duidelijke uitleg van de regels en herhaal je de betekenis van de uitdrukkingen hardop terwijl je de kaarten uitdeelt.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een uitdrukking, bijvoorbeeld 'met de handen in het haar zitten'. Vraag hen om de letterlijke betekenis te tekenen en de figuurlijke betekenis op te schrijven.

ToepassenAnalyserenEvaluerenSociaal BewustzijnZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Sjablonen

Sjablonen die passen bij deze Nederlands-activiteiten

Gebruik, bewerk, print of deel ze.

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Begin met concrete voorbeelden die aansluiten bij de belevingswereld van leerlingen, zoals 'een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen' of 'met de handen in het haar zitten'. Gebruik humor en absurde situaties om het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik duidelijk te maken. Vermijd abstracte uitleg en laat leerlingen zelf ontdekken door te doen. Onderzoek toont aan dat herhaling in verschillende contexten de retentie versterkt, dus plan de activiteiten verspreid over meerdere dagen.

Succesvol leren zien we als leerlingen uitdrukkingen herkennen, uitleggen en in een passende context gebruiken. Ze kunnen het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik benoemen en lachen om de soms absurde letterlijke interpretaties. Daarnaast passen ze uitdrukkingen spontaan toe in rollenspellen of gesprekken.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens de activiteit Tekenen: Letterlijk versus Figuurlijk, watch for...

    leerlingen die de letterlijke betekenis tekenen maar de stap naar de figuurlijke betekenis overslaan. Geef hen de opdracht om eerst hardop te verwoorden wat ze zien en vraag: 'Wat zou dit kunnen betekenen in een verhaal of gesprek?'

  • Tijdens het Rollenspel: Gesprek met Uitdrukkingen, watch for...

    leerlingen die uitdrukkingen vermijden omdat ze denken dat het te moeilijk is. Geef hen een lijst met drie uitdrukkingen die ze mogen gebruiken en prijs hun inzet, ook als het niet perfect lukt.

  • Tijdens de activiteit Pantomime: Uitdrukkingen Raden, watch for...

    leerlingen die de uitdrukking letterlijk naspelen en niet de figuurlijke betekenis. Geef hen de opdracht om te vertellen wat ze doen en vraag de klas: 'Wat zou dit kunnen betekenen als iemand dit zegt in een echt gesprek?'


Methodes gebruikt in dit overzicht